ECLI:NL:RBHAA:2005:AT1753
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Schadevergoeding bij diefstal schilderij in bruikleen aan gemeentelijk museum
In deze zaak vordert de eigenaar van twee schilderijen, die in langdurige bruikleen zijn gegeven aan het Frans Hals Museum, schadevergoeding van de gemeente Haarlem na diefstal van een van de schilderijen. De kern van het geschil betreft de vraag of de vergoeding gebaseerd moet zijn op de in het ontvangstbewijs vermelde verzekeringswaarde of op de werkelijke waarde van het schilderij ten tijde van de diefstal.
De rechtbank stelt vast dat tussen partijen een bruikleenovereenkomst geldt met een ontvangstbewijs waarin taxaties van de schilderijen zijn opgenomen, die door de conservator van het museum zijn vastgesteld. De verzekeringswaarde is in 2001 verhoogd tot ƒ 3 miljoen. De gemeente stelt dat vergoeding moet geschieden op basis van de lagere door verzekeraars ingewonnen taxatierapporten, terwijl eiser stelt recht te hebben op de hogere waarde uit de bruikleenovereenkomst.
De rechtbank oordeelt dat de bruikleenovereenkomst onder toepassing valt van art. 7A:1783 BW, waarbij verlies van de zaak ten laste van de bruikleennemer komt op basis van de geschatte waarde bij het aangaan van de overeenkomst. De taxaties in 1993 en 2001 gelden als schattingen in de zin van deze wettelijke bepaling. De aanduiding "verzekeringswaarde" op het ontvangstbewijs leidt tot onduidelijkheid, die ten nadele van de gemeente moet worden uitgelegd. De rechtbank wijst een deskundigenbericht aan om de waarde van het schilderij op het moment van diefstal en de waardeverandering sinds de bruikleen te bepalen.
Tenslotte staat tussentijds hoger beroep open en wordt de zaak aangehouden voor nadere akten en deskundigenrapporten.
Uitkomst: De rechtbank houdt de beslissing aan en gelast een deskundigenbericht over de waarde van het schilderij ten tijde van de diefstal.