ECLI:NL:RBHAA:2005:AT2963
Rechtbank Haarlem
- Kort geding
- J.J. Udo de Haes
- Rechtspraak.nl
Verbod op aanvang werkzaamheden randweg Beverwijk wegens onvoldoende zekerheid over beschermde diersoorten
De provincie Noord-Holland bereidt de aanleg van een randweg ten westen van Beverwijk voor. De vereniging Westerhout Blijft vordert dat de provincie een ontheffing ex artikel 75 Flora Pro- en faunawet aanvraagt voor verstoring van rugstreeppadden en vleermuizen, of dit meldt bij de Minister, en dat de werkzaamheden niet worden gestart zonder deze ontheffing.
De provincie had reeds een ontheffing voor andere beschermde soorten, maar niet voor rugstreeppadden en vleermuizen. Onderzoek door Westerhout Blijft toonde aan dat deze soorten mogelijk in het gebied aanwezig zijn. De provincie ontkent dit en baseert zich op eigen rapporten en brieven.
De voorzieningenrechter oordeelt dat onvoldoende zekerheid bestaat dat er geen vaste rust- en verblijfplaatsen van deze diersoorten zijn. De rapporten van Westerhout Blijft zijn niet overtuigend weerlegd door de provincie, mede door onduidelijkheid over het tracé en onderzoeksmethodiek. Daarom wordt de vordering tot het verbod op aanvang van werkzaamheden toegewezen, met uitzondering van het geval dat nader onafhankelijk onderzoek het tegendeel bewijst of een aanvullende ontheffing wordt verkregen.
De vordering tot het aanvragen van ontheffing of melding aan de Minister wordt afgewezen omdat de bestuursrechtelijke weg nog openstaat en voldoende waarborgen kent. De provincie wordt veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De provincie Noord-Holland wordt verboden de werkzaamheden aan de randweg te starten zonder nader onderzoek of aanvullende ontheffing voor beschermde diersoorten.