ECLI:NL:RBHAA:2005:AT5224
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- F.J.P. Veenhof
- Rechtspraak.nl
Verzoek ontheffing verplichting tot vereffening nalatenschap afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid
De zaak betreft een verzoek ex artikel 4:202, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek, ingediend door de moeder als wettelijk vertegenwoordiger van haar minderjarig kind, inzake de nalatenschap van de overledene. Volgens het testament is de moeder de enige erfgenaam van de nalatenschap. De moeder heeft namens haar minderjarige kinderen een beroep gedaan op hun legitieme rechten en heeft namens hen beneficiair aanvaard.
De kantonrechter stelt vast dat de kinderen geen erfgenaam zijn en dat de beneficiaire aanvaarding door hen geen betekenis heeft. Er is geen aanwijzing dat de rechtbank een vereffenaar heeft benoemd en de nalatenschap is niet beneficiair aanvaard. Hierdoor is niet voldaan aan de voorwaarden van artikel 4:202 lid 1 BW Pro.
Het verzoek tot ontheffing van de verplichting tot vereffening volgens de wet gaat daarom ten onrechte uit van het bestaan van die verplichting. De kantonrechter verklaart het verzoek niet-ontvankelijk. De beschikking is in het openbaar uitgesproken op 10 mei 2005 door mr. F.J.P. Veenhof.
Uitkomst: Het verzoek tot ontheffing van de verplichting tot vereffening wordt niet-ontvankelijk verklaard.