ECLI:NL:RBHAA:2005:AT5426
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot wijziging en vernietiging alimentatieovereenkomst wegens wilsgebreken en gewijzigde omstandigheden
Partijen zijn in 1968 gehuwd en in 1992 gescheiden waarbij de man een alimentatieverplichting kreeg opgelegd. In 1995 sloten zij een convenant waarin de alimentatie werd vastgesteld op een lager bedrag met een niet-wijzigingsbeding tot de vrouw 65 jaar werd.
De vrouw verzocht de rechtbank om deze overeenkomst te wijzigen of te vernietigen, stellende dat zij destijds was misleid over de reden van het ontslag van de man en dat de alimentatie niet aan de wettelijke maatstaven voldeed. Zij voerde aan dat de man in grote welstand leeft terwijl zij in armoede verkeert.
De rechtbank oordeelde dat de vrouw onvoldoende had onderbouwd dat er sprake was van een wanverhouding of wilsgebreken zoals dwaling, bedrog of misbruik van omstandigheden. Ook was zij te laat met haar vernietigingsverzoek vanwege verjaring. Het niet-wijzigingsbeding was rechtsgeldig en de omstandigheden rechtvaardigden geen opzijzetting.
Daarom wees de rechtbank het verzoek van de vrouw af en verklaarde de alimentatieovereenkomst ongewijzigd van kracht.
Uitkomst: Het verzoek van de vrouw tot wijziging en vernietiging van de alimentatieovereenkomst wordt afgewezen.