ECLI:NL:RBHAA:2005:AT6534
Rechtbank Haarlem
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- A.C.M. Rutten
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsverlening aan minderjarige kinderen van niet-rechthebbende ouders
De rechtbank Haarlem behandelde het beroep van een gezin met Ghanese nationaliteit dat bijstandsverlening aan minderjarige kinderen had aangevraagd. De ouders beschikten niet over een verblijfsvergunning die recht gaf op bijstand, en de aanvraag werd daarom afgewezen. Eisers voerden aan dat de belangen van de kinderen, zoals beschermd door het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK), niet voldoende waren meegewogen.
De rechtbank overwoog dat het koppelingsbeginsel in de Wet werk en bijstand (WWB) uitsluit dat niet-rechthebbende vreemdelingen, waaronder minderjarige kinderen, aanspraak kunnen maken op bijstand. Artikel 16 WWB Pro biedt geen bevoegdheid tot bijstandverlening aan deze groep, ook niet in acute noodsituaties. Het beroep op de artikelen 3, 6 en 26 IVRK werd verworpen, mede vanwege het voorbehoud dat Nederland bij de ratificatie van het verdrag heeft gemaakt.
De voorzieningenrechter concludeerde dat het bestreden besluit standhoudt en verklaarde het beroep ongegrond. Tevens werd het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van bijstandsverlening aan minderjarige kinderen van niet-rechthebbende ouders wordt ongegrond verklaard.