ECLI:NL:RBHAA:2005:AT8637

Rechtbank Haarlem

Datum uitspraak
21 juni 2005
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
109163/05-90
Instantie
Rechtbank Haarlem
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Burgerlijk Wetboek Boek 1
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot vermindering alimentatie wegens schuldsanering

Partijen waren gehuwd en het huwelijk is op 14 oktober 1994 ontbonden. De man is verplicht tot het betalen van een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige kinderen, vastgesteld op ƒ 250 per maand per kind bij beschikking van 2 mei 2000.

De man verzocht de rechtbank om zijn bijdrage te verminderen naar nihil vanaf het moment dat een schuldsaneringsregeling voor hem in werking zou zijn getreden, stellende dat hij geen draagkracht meer heeft. De vrouw betwistte dit verzoek gemotiveerd.

De rechtbank wees het verzoek af omdat de man niet met stukken heeft aangetoond dat de schuldsaneringsregeling op hem van toepassing is, noch dat binnen deze regeling ruimte bestaat voor het niet betalen van de alimentatie. Tevens heeft hij geen nadere gegevens over de omvang, oorzaak en betalingsverplichting van zijn schulden overgelegd en is hij niet verschenen ter zitting om zijn verzoek toe te lichten.

De rechtbank oordeelde dat het niet verschijnen en het niet ontvangen van de oproeping voor de zitting voor risico van de man komt. De vrouw stelde terecht dat de wettelijke schuldsanering op zichzelf geen grond is voor vermindering van de alimentatie. Het verzoek werd daarom afgewezen.

Uitkomst: Het verzoek tot vermindering van de alimentatieverplichting wegens schuldsanering wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM
Zaaknummer : 109163/05-90
Datum beschikking : 21 juni 2005
alimentatie
BESCHIKKING ENKELVOUDIGE KAMER VOOR FAMILIEZAKEN
in de zaak van:
[naam man],
wonende te [woonplaats],
hierna mede te noemen: de man,
procureur mr. M.J. van der Veen,
-- tegen --
[naam vrouw],
wonende te [woonplaats],
hierna mede te noemen: de vrouw,
procureur mr. H.M.J. van Mens.
1 De loop van het geding
Voor de loop van het geding verwijst de rechtbank naar de volgende stukken:
- het op 11 januari 2005 ter griffie van deze rechtbank ingekomen verzoekschrift van de man met bijlagen;
- het op 10 februari 2005 ingekomen verweerschrift van de vrouw;
- de brief van de zijde van de vrouw d.d. 14 februari 2005;
- het proces-verbaal van de behandeling ter terechtzitting op 23 mei 2005.
2 De feiten en omstandigheden
Uit de stukken en bij het verhoor van partijen is onder meer het volgende gebleken.
2.1 Partijen zijn met elkaar gehuwd geweest, welk huwelijk op 14 oktober 1994 is ontbonden door inschrijving in de registers van de burgerlijke stand van de echtscheidingsbeschikking van deze rechtbank.
2.2 Uit het huwelijk zijn geboren de minderjarigen [achternaam]:
- A, op [geboortedatum] te [geboorteplaats] en
- B, op [geboortedatum] te [geboorteplaats]
Bij beschikking van deze rechtbank d.d. 2 mei 2000 is bepaald dat de man een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding voor deze minderjarigen zal betalen van ƒ 250,- per maand per kind.
2.3 De behoefte van de kinderen aan de door de man te betalen bijdrage die thans in geschil is wordt niet betwist en staat derhalve vast.
3 Het verzoek
3.1 De man verzoekt de door hem te betalen bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarigen vanaf de datum waarop ten aanzien van hem een schuldsaneringsregeling in werking is getreden te stellen op nihil en te bepalen dat aan de betalingsverplichtingen die voortvloeien uit de voornoemde beschikking d.d. 2 mei 2000 is voldaan met hetgeen daadwerkelijk door de man terzake is voldaan.
3.2 De man voert daartoe aan dat hij in een schuldsaneringsregeling is terechtgekomen en dat hij daarom geen draagkracht heeft en dat hij voor dat tijdstip ook al geen draagkracht had om enige bijdrage te voldoen.
4 Het verweer
De vrouw heeft het verzoek gemotiveerd bestreden.
5 Beoordeling van het verzoek
5.1 De procureur van de man heeft ter terechtzitting aanhouding van de mondelinge behandeling ter terechtzitting verzocht, omdat hij al geruime tijd geen contact meer met zijn cliënt heeft gehad en de man in verband daarmee niet op de hoogte was van de zitting. De vrouw heeft zich verweerd tegen dit verzoek. De rechtbank heeft dit verzoek ter terechtzitting afgewezen, omdat het niet verschijnen van de man en het niet ontvangen van de oproeping voor de zitting voor risico van de man dient te komen, nu hij, in de wetenschap dat namens hem een verzoekschrift is ingediend, contact dient te houden met zijn procureur, althans ervoor behoort te zorgen dat hij bereikbaar is voor zijn procureur. Voorts is de man voor de zitting opgeroepen aan het adres waar hij blijkens een door hem overgelegd uittreksel uit de Gemeentelijke Basisadministratie stond ingeschreven.
5.2 De vrouw heeft aangevoerd dat de man niet-ontvankelijk moet worden verklaard in zijn verzoek, nu hij geen wijzigingsgronden heeft gesteld. De rechtbank is van oordeel dat de man, nu hij heeft gesteld dat hij geen draagkracht meer heeft, heeft voldaan aan zijn stelplicht, zodat hij in zoverre in zijn verzoek kan worden ontvangen.
5.3 Voorts heeft de vrouw gesteld dat de wettelijke schuldsanering op zichzelf geen grond vormt voor vermindering van de bijdrage. De rechtbank is van oordeel dat de man zijn stellingen onvoldoende heeft onderbouwd, nu hij niet met stukken heeft aangetoond dat op hem de wettelijke schuldsaneringsregeling van toepassing is en, indien deze van kracht zou zijn, binnen deze regeling geen ruimte is voor betaling van de bij voornoemde beschikking van 2 mei 2000 opgelegde bijdragen. Nu hij voorts geen enkel stuk betreffende de omvang, oorzaak en betalingsverplichting van deze schulden heeft overgelegd en hij niet ter terechtzitting is verschenen om een en ander toe te lichten, zal zijn verzoek worden afgewezen.
6 Beslissing
De rechtbank:
Wijst af het verzoek van de man af.
Deze beschikking is gegeven door mr. E.A. Mink en in het openbaar uit-gesproken ter terechtzitting van 21 juni 2005, in tegenwoor-digheid van mr. P. Dorhout als griffier.