ECLI:NL:RBHAA:2005:AT9589
Rechtbank Haarlem
- Kort geding
- A.J. van der Meer
- Rechtspraak.nl
Opzegging samenwerkingsovereenkomst huurdersorganisatie wegens verlies representativiteit
De rechtbank Haarlem behandelde een kort geding tussen de huurdersvereniging HBS en verhuurder Saenwonen (rechtsopvolger Parteon) over de opzegging van een samenwerkingsovereenkomst op grond van de Wet overleg huurders verhuurder. Saenwonen had de samenwerkingsovereenkomst met HBS opgezegd omdat HBS niet langer representatief was en het bestuur niet functioneerde volgens de statuten. HBS vorderde nakoming van de overeenkomst en restitutie van een bedrag van € 32.500 dat zij aan Saenwonen had overgemaakt.
De voorzieningenrechter stelde vast dat Saenwonen gerechtigd was de samenwerkingsovereenkomst te beëindigen, omdat HBS niet langer ten minste 50% van de huurders vertegenwoordigde en het bestuur ernstig disfunctioneerde. Het bestuur van HBS had bovendien het vertrouwen van bewonerscommissies verloren en was intern verdeeld. De vordering tot nakoming van de overeenkomst werd daarom afgewezen.
Ten aanzien van de geldvordering oordeelde de rechter dat het bedrag van € 32.500 door HBS slechts in bewaring was gegeven aan Saenwonen en dat HBS een spoedeisend belang had bij terugbetaling van een deel van dit bedrag (€ 12.739,27) om haar lopende schulden te voldoen. De vordering tot betaling werd daarom gedeeltelijk toegewezen. Een dwangsom werd afgewezen omdat die niet kan worden opgelegd bij een geldvordering. De proceskosten werden gecompenseerd.
Uitkomst: Saenwonen mocht de samenwerkingsovereenkomst beëindigen; Parteon moet €12.739,27 aan HBS restitueren.