ECLI:NL:RBHAA:2005:AU0330
Rechtbank Haarlem
- Voorlopige voorziening
- F.F.W. Brouwer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen bouw- en sloopvergunning in Waterland
Verzoeksters maakten bezwaar tegen besluiten van het college van burgemeester en wethouders van Waterland waarbij vergunningen werden verleend voor de sloop van een opslagloods en de bouw van een woning op een perceel in de binnenstad. Zij vreesden onomkeerbare schade en stelden dat de vrijstelling van het bestemmingsplan onterecht was verleend.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de sloopvergunning van rechtswege was verleend omdat de gemeente niet binnen de wettelijke termijn had beslist. Hierdoor was de beslissing op de aanvraag onbevoegd genomen en moest dit in de bezwaarprocedure worden hersteld. Ten aanzien van de sloopvergunning op grond van de Bouwverordening en de bouwvergunning werd vastgesteld dat geen weigeringsgronden aanwezig waren.
De vrijstelling op grond van artikel 19, derde lid, WRO in combinatie met artikel 20 BRO Pro was terecht verleend, mede gelet op beleidsregels die de goot- en nokhoogte reguleren. De rechtbank vond het niet aannemelijk dat het bouwplan tot onevenredige nadelen zoals verlies van lichtinval, uitzicht of privacy zou leiden. De beleidsregels waren gepubliceerd en het bouwplan was welstandelijk goedgekeurd.
Gelet op deze overwegingen bestond geen grond voor het treffen van een voorlopige voorziening. De verzoeken werden afgewezen en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de bouw- en sloopvergunningen wordt afgewezen.