ECLI:NL:RBHAA:2005:AU0331
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- C.E. Heijning - Huydecoper
- Rechtspraak.nl
Vordering tot studiekostenalimentatie door meerderjarige zoon op grond van echtscheidingsconvenant
De zoon heeft de rechtbank verzocht de vader te verplichten een bijdrage van €320 per maand te betalen voor zijn levensonderhoud en studie vanaf 1 september 2004, indexeerbaar vanaf 1 januari 2005. De vader betwistte de vordering, met name voor de periode na 23 mei 2005, de datum waarop de zoon 21 jaar werd, en stelde dat de zoon niet-ontvankelijk was omdat hij geen partij was bij het convenant tussen de ouders.
De rechtbank oordeelde dat de zoon wel als partij bij het convenant geldt op grond van artikel 6:253 BW Pro, omdat het beding in het convenant onherroepelijk en ter kennis van de zoon is gekomen, en hij dit niet heeft afgewezen. Het convenant bevat een beding dat de vader verplicht studiekosten en levensonderhoud tot de leeftijd van 25 jaar te betalen.
De rechtbank stelde vast dat de zoon zijn studie met redelijke resultaten voortzet en dat de vader niet aannemelijk heeft gemaakt dat het overlegvereiste niet is nageleefd. Ook de ernstige verstoring van de relatie tussen vader en zoon vormt geen reden om de onderhoudsverplichting te matigen. De rechtbank wees het verzoek toe vanaf 1 september 2004 en verklaarde de beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De vader wordt verplicht vanaf 1 september 2004 een maandelijkse bijdrage van €320 te betalen voor de studiekosten en het levensonderhoud van de zoon.