ECLI:NL:RBHAA:2005:AU0581
Rechtbank Haarlem
- Raadkamer
- E. de Greeve
- W. Robert
- A.C. van den Boogaard
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot voorlopige hechtenis wegens ontbreken geschokte rechtsorde bij invoer cocaïne
De officier van justitie vorderde op 3 augustus 2005 de voorlopige hechtenis van verdachte, die wordt verdacht van het invoeren van ongeveer 2,2 kilo cocaïne. De verdenkingen en gronden die tot het bevel tot bewaring hadden geleid, bleken inmiddels niet meer te bestaan. De rechtbank moest beoordelen of de verdachte in voorlopige hechtenis moest worden gehouden of haar berechting thuis in vrijheid kon afwachten.
De rechtbank overwoog dat het uitgangspunt is dat een verdachte het proces in vrijheid kan afwachten, tenzij een van de limitatief opgesomde uitzonderingen in artikel 67a Sv van toepassing is. Omdat verdachte een first offender is en in Nederland woont, was de enige mogelijke grond de geschokte rechtsorde door het feit waarvoor twaalf jaar gevangenisstraf staat. De officier van justitie stelde dat de grote instroom van koeriers en de daarmee gepaard gaande verstoring van de openbare orde (public disorder) een geschokte rechtsorde veroorzaakte.
De verdediging betoogde dat het heenzendbeleid van koeriers met minder dan drie kilo cocaïne heeft aangetoond dat er geen sprake is van een geschokte rechtsorde, omdat dit niet tot maatschappelijke onrust of verzet heeft geleid. De rechtbank stelde vast dat gedurende anderhalf jaar een grote stroom koeriers is heengezonden zonder dat dit tot waarneembare maatschappelijke onrust heeft geleid. Ook de recente verscherping van het beleid leidde niet tot reacties die duiden op een geschokte rechtsorde.
De rechtbank concludeerde dat het in de samenleving niet onbegrijpelijk of onaanvaardbaar zou zijn dat verdachte haar berechting in vrijheid afwacht. Er was geen concrete aanwijzing dat vrijlating tot verstoring van de openbare orde zou leiden. Daarom werd de vordering tot gevangenhouding afgewezen en werd de invrijheidstelling van verdachte bevolen per 5 augustus 2005.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot voorlopige hechtenis af en beveelt de invrijheidstelling van verdachte.