ECLI:NL:RBHAA:2005:AU0698
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- F.J.P. Veenhof
- Rechtspraak.nl
Ontslag na sluiting drogisterij niet kennelijk onredelijk; onjuiste opzegtermijn leidt tot loonbetaling
De zaak betreft het ontslag van een verkoopster die sinds 1974 met onderbrekingen en deels in deeltijd bij een vennootschap onder firma werkzaam was. De arbeidsovereenkomst werd opgezegd na sluiting van de drogisterij vanwege teruglopende omzet en gezondheidsproblemen van de vennoten. De kantonrechter stelt vast dat het ontslag niet kennelijk onredelijk is, omdat de beëindiging van de bedrijfsactiviteiten een reële bedrijfseconomische noodzaak betrof en gedaagden zich hebben ingespannen om een overnamekandidaat te vinden en bemiddeling aan te bieden voor ander werk.
Wel is vastgesteld dat gedaagden een onjuiste opzegtermijn van één maand in acht namen in plaats van de wettelijk vereiste drie maanden. Hierdoor is de vordering tot doorbetaling van loon, vakantiegeld en niet-genoten vakantiedagen tot 1 maart 2005 toegewezen. De kantonrechter wijst een wettelijke verhoging af vanwege het misverstand over de opzegtermijn. De vordering tot een vergoeding wegens kennelijk onredelijk ontslag wordt afgewezen.
De kantonrechter veroordeelt gedaagden hoofdelijk tot betaling van het loon over de te korte opzegtermijn en wijst de proceskosten toe aan gedaagden. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Ontslag niet kennelijk onredelijk, maar gedaagden moeten loon betalen over te korte opzegtermijn.