ECLI:NL:RBHAA:2005:AU3320
Rechtbank Haarlem
- Kort geding
- A.J. van der Meer
- Rechtspraak.nl
Verbod op uitvoering exclusieve overeenkomst PRM-afhandeling Schiphol afgewezen
IHD vordert dat Schiphol wordt verboden uitvoering te geven aan de met Intergom gesloten overeenkomst voor de begeleiding en het vervoer van gehandicapten (PRM-afhandeling) op Schiphol. IHD stelt dat Schiphol de verkeerde aanbestedingsprocedure heeft gevolgd, de opdracht na gunning wezenlijk heeft gewijzigd en dat de exclusieve overeenkomst met Intergom strijdig is met het toekomstige Seamless Service-beginsel.
Schiphol en Intergom voeren verweer en worden door de voorzieningenrechter in het gelijk gesteld. De rechtbank oordeelt dat PRM-diensten onder het lichtere aanbestedingsregime van artikel 16 van Pro Richtlijn 93/38/EEG vallen en dat IHD haar bezwaren niet tijdig heeft ingebracht. Tevens is geen sprake van een wezenlijke wijziging van de opdracht die strijdig is met het aanbestedingsrecht.
Ten slotte acht de rechtbank het niet aannemelijk dat de toekomstige Europese verordening het sluiten van een exclusieve overeenkomst met Intergom verbiedt. De gevraagde voorzieningen worden daarom geweigerd en IHD wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering van IHD wordt afgewezen en Schiphol mag de overeenkomst met Intergom uitvoeren.