ECLI:NL:RBHAA:2005:AU3471
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtsmacht en nevenvoorzieningen bij gezagsregeling en verblijfplaats minderjarige in Zuid-Afrika
De rechtbank Haarlem behandelde een zaak waarin de bevoegdheid van de Nederlandse rechter werd betwist met betrekking tot het gezag over een minderjarige die sinds 2003 met zijn moeder in Zuid-Afrika verblijft. De man had een verzoek ingediend tot regeling van het gezag en omgang, maar de rechtbank oordeelde dat de Nederlandse rechter zich onbevoegd moest verklaren omdat het belang van het kind niet naar behoren kon worden beoordeeld gezien de geringe verbondenheid met Nederland en het feit dat het kind zijn gewone verblijfplaats in Zuid-Afrika heeft.
Daarnaast behandelde de rechtbank een verzoek van de vrouw tot vaststelling van een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van het kind. De man stelde onvoldoende draagkracht te hebben en dit werd niet weersproken, waardoor het verzoek werd afgewezen. De rechtbank bevestigde dat Nederlands recht van toepassing is op de nevenvoorzieningen die samenhangen met de echtscheiding, waaronder de echtelijke woning.
De rechtbank kende het huurrecht van de echtelijke woning toe aan de man, aangezien de vrouw geen belang aannemelijk had gemaakt bij toewijzing aan haar. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en de overige verzoeken zijn afgewezen. De uitspraak werd gedaan door mr. A. Stefels op 27 september 2005.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd inzake gezagsregeling en wijst het verzoek tot bijdrage in kosten af; het huurrecht van de echtelijke woning wordt aan de man toegewezen.