ECLI:NL:RBHAA:2005:AU5673
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen ontbinding huur wegens recht op onderverhuur ondanks tegenstrijdige bedoelingen partijen
De zaak betreft een geschil tussen [eiser], eigenaar van een winkelruimte, en Laurus Nederland B.V., huurder van die ruimte sinds 1989. [Eiser] vordert ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming omdat Laurus de winkelruimte onderverhuurde aan Lidl zonder toestemming, terwijl hij meent dat er geen ongeclausuleerd recht op onderverhuur was overeengekomen.
Partijen verschillen van mening over de uitleg van artikel 15 lid 5 van Pro de huurovereenkomst, waarin staat dat huurder het recht van onderverhuur heeft. [Eiser] stelt dat partijen dit recht in 1989 niet ongeclausuleerd hebben bedoeld en dat de bepaling per abuis is blijven staan. Laurus betwist dit en wijst op de duidelijke tekst en ondertekening van het contract.
Getuigenverklaringen tonen aan dat er voorafgaand aan ondertekening discussie was over het recht op onderverhuur, waarbij het de bedoeling was dat alleen interne onderverhuur was toegestaan. Echter, de bepaling bleef in het contract staan en werd door [eiser] ondertekend zonder correctie. De rechtbank overweegt dat dit voor risico van [eiser] komt en dat Laurus mocht vertrouwen op het ongeclausuleerde recht op onderverhuur.
Omdat Laurus niet in strijd met de overeenkomst heeft gehandeld, is er geen tekortkoming die ontbinding rechtvaardigt. [Eiser] heeft ook onvoldoende schade onderbouwd. De vordering wordt afgewezen en [eiser] veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst wegens onderverhuur zonder toestemming wordt afgewezen.