ECLI:NL:RBHAA:2005:AU5686

Rechtbank Haarlem

Datum uitspraak
27 oktober 2005
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
278200 / CV EXPL 05-3739
Instantie
Rechtbank Haarlem
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • F.M. Visser
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet op de rechtsbijstand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering eigen bijdrage wegens onvoldoende voorlichting door rechtshulpverlener

Bureau voor Rechtshulp verleende rechtsbijstand aan de gedaagde in een arbeidsconflict op basis van een toevoeging ingevolge de Wet op de rechtsbijstand. De eigen bijdrage werd vastgesteld op €761, waarvan €213,50 was voldaan. De gedaagde weigerde het resterende bedrag van €547,50 te betalen ondanks herhaalde aanmaningen.

De rechtbank oordeelde dat hoewel de hoogte van de eigen bijdrage niet ter discussie stond, onvoldoende aannemelijk was gemaakt dat de gedaagde tijdig en volledig was voorgelicht over deze bijdrage. Er was geen bewijs dat de gedaagde bij het intakegesprek een lijst met de juiste bijdrage had ontvangen, en het was aannemelijker dat hem een lager bedrag van €200 was voorgehouden.

Gezien deze omstandigheden mocht niet van de gedaagde worden verlangd meer te betalen dan het reeds voldane bedrag van €213,50. De vordering werd daarom afgewezen. Bureau voor Rechtshulp werd veroordeeld in de proceskosten tot een bedrag van €50 ten gunste van de gedaagde.

Uitkomst: De vordering tot betaling van de eigen bijdrage wordt afgewezen wegens onvoldoende voorlichting over de hoogte daarvan.

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM
Sector kanton Locatie Zaandam
zaak/rolnr.: 278200 / CV EXPL 05-3739
datum uitspraak: 27 oktober 2005
VONNIS VAN DE KANTONRECHTER
inzake
Stichting Bureau voor Rechtshulp in het arrondissement Haarlem
te Haarlem,
eisende partij,
hierna te noemen Bureau voor Rechtshulp,
gemachtigde deurwaarder W.Th. Schoonebeek,
tegen
[gedaagde]
te [woonplaats + adres],
gedaagde partij,
hierna te noemen [gedaagde],
gemachtigde geen (procedeert in persoon).
De procedure
Bureau voor Rechtshulp heeft op gronden zoals in de dagvaarding vermeld een vordering ingesteld tegen [gedaagde].
Hierop heeft [gedaagde] geantwoord.
Vervolgens is schriftelijk voort geprocedeerd.
Tenslotte is de uitspraak op vandaag bepaald.
De inhoud van alle processtukken, waaronder begrepen de mogelijk door partijen overgelegde producties, wordt als hier overgenomen beschouwd.
De vordering
Bureau voor Rechtshulp vordert dat de kantonrechter, bij vonnis uitvoer-baar bij voorraad, [gedaagde] zal veroordelen aan Bureau voor Rechtshulp te betalen de somma van € 683,50 met (verdere) rente en kos-ten.
Het verweer
Het verweer strekt tot gehele of gedeeltelijke afwijzing van de vordering.
De feiten
In deze procedure zijn de volgende feiten voldoende komen vast te staan omdat deze niet, dan wel onvoldoende gemotiveerd betwist zijn gebleven.
1. Door Bureau voor Rechtshulp is aan [gedaagde] rechtsbijstand verleend in een arbeidsconflict op basis van een toevoeging ingevolge de Wet op de rechtsbijstand.
2. De eigen bijdrage ingevolge genoemde wet is vastgesteld op € 761,--. Daarvan is € 213,50 voldaan. [gedaagde] heeft ondanks herhaalde aanmaningen geweigerd het restant ad € 547,50 te betalen.
De beoordeling van het geschil
De hoogte van de hiervoor bedoeld eigen bijdrage staat in deze zaak terecht niet (langer) ter discussie. Bij de vaststelling daarvan is uitgegaan van de juiste gegevens. Dat betekent echter niet dat [gedaagde] deze eigen bijdrage daarom ook geheel aan Bureau voor Rechtshulp verschuldigd is geworden.
Onvoldoende aannemelijk is immers geworden dat [gedaagde] door Bureau voor Rechtshulp tijdig en volledig is voorgelicht over de hoogte van deze eigen bijdrage. Dat hem daarvan bij het intake-gesprek een lijstje is meegegeven is betwist en niet bewezen, noch voldoende concreet te bewijzen aangeboden. Het ligt veel meer voor de hand dat daarover bij het intakegesprek wel is gesproken, maar dat [gedaagde] toen per vergissing een veel lager bedrag, te weten € 200,-- is voorgehouden, zoals geopperd in de brief van Bureau voor Rechtshulp aan [gedaagde] van 5 juli 2004, die als productie III bij de dagvaarding is overgelegd.
Onder deze omstandigheden mag niet van [gedaagde] worden gevergd dat hij méér betaalt dan de reeds betaalde € 213,50, hetgeen leidt tot afwijzing van de vordering.
Omtrent de proceskosten moet worden beslist zoals hierna bepaald.
Beslissing
De vordering wordt afgewezen.
Bureau voor Rechtshulp wordt veroordeeld in de kosten van deze procedure, deze voor zover gerezen aan de zijde van [gedaagde] tot op heden begroot op € 50,--.
Dit vonnis is gewezen door mr. F.M.Visser, kantonrechter, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 27 oktober 2005, in tegenwoordigheid van de griffier.