ECLI:NL:RBHAA:2005:AU5872

Rechtbank Haarlem

Datum uitspraak
9 november 2005
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
270839 / CV EXPL 05-4027
Instantie
Rechtbank Haarlem
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • C.J. Harts
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:198 BWArt. 6:200 BWWegenverkeerswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering sleepkosten wegens ontbreken opdracht en zaakwaarneming

Op 15 februari 2004 deed de eigenaar aangifte van diefstal van zijn auto. Op 9 maart 2004 werd de auto door de politie gevonden en werd het sleepbedrijf Smits ingeschakeld om de auto weg te slepen. De eigenaar betaalde de factuur van het sleepbedrijf niet, waarna Smits een vordering instelde.

De eigenaar stelde dat hij nooit opdracht had gegeven voor het wegslepen en dat de politie niet bevoegd was de auto zonder zijn toestemming te laten bergen, tenzij er sprake was van een spoedeisende situatie die de verkeersveiligheid in gevaar bracht. De rechtbank oordeelde dat de auto zodanig geparkeerd stond dat geen gevaar voor de verkeersveiligheid bestond.

De politie had de eigenaar niet eerst proberen te bereiken, terwijl deze bereikbaar was en dichtbij woonde. Hierdoor ontbrak een redelijke grond voor het ingrijpen van de politie en daarmee voor de opdracht aan het sleepbedrijf. De rechtbank concludeerde dat geen sprake was van rechtvaardigende zaakwaarneming en wees de vordering van het sleepbedrijf af.

Uitkomst: De vordering van het sleepbedrijf wordt afgewezen wegens ontbreken van opdracht en rechtvaardigende zaakwaarneming.

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM
Sector kanton
Locatie Haarlem
zaak/rolnr.: 270839 / CV EXPL 05-4027
datum uitspraak: 9 november 2005
VONNIS VAN DE KANTONRECHTER
inzake
[opposant]
te [woonplaats]
opposant
hierna te noemen [opposant]
gemachtigde [gemachtigde]
tegen
de besloten vennootschap Smits Kraanwagen en Sleepbedrijf B.V.
te Haarlem
geopposeerde
hierna te noemen Smits
gemachtigde J.C. Huyer
De procedure
[opposant] heeft Smits gedagvaard op 6 april 2005 onder de mededeling dat hij in verzet komt tegen het op 9 februari 2005 gewezen verstekvonnis. Op de rolzitting van 20 april 2005 heeft [opposant] nog een mondelinge aanvulling van zijn eis in oppositie gegeven. Bij vonnis van 4 mei 2005 is een comparitie van partijen gelast, die op 3 augustus 2005 heeft plaats gevonden. [opposant] was daarbij niet aanwezig maar heeft zich laten vertegenwoordigen door [gemachtigde].
Na daartoe verkregen toestemming heeft [opposant] bij akte producties overgelegd. Smits is in de gelegenheid gesteld om hierop te reageren. Van deze gelegenheid heeft zij geen gebruik gemaakt.
De feiten
1. Op 15 februari 2004 heeft [opposant] bij de Politie Kennemerland aangifte van diefstal gedaan van een aan hem toebehorende personenauto met kenteken [kenteken]. Het betrof een Citroen BX.
2. Op 9 maart 2004 werd de auto van [opposant] door de politie aangetroffen in de D. Schaferstraat te Haarlem. Het linkerportier was niet in orde en het stuurslot was verbroken.
3. De politie heeft daarop Smits gebeld met het verzoek om de auto weg te slepen. Om 8.00 uur – 15 à 20 minuten na het verzoek van de politie – was Smits ter plaatse.
4. Smits heeft de auto weggesleept en was om 9.15 uur klaar met haar werkzaamheden. De auto was toen niet verzekerd. Op het ter zake opgemaakte sleep-begeleidingsformulier staat aangegeven dat de auto is gesleept ter zake van “diefstal-signalering”.
5. Bij brief van 10 maart 2004 heeft Smits [opposant] verzocht om met haar contact op te nemen in verband met de auto van [opposant] met kenteken [kenteken].
6. De auto is na twee stallingsdagen door [opposant] opgehaald bij Smits.
7. Smits heeft bij nota van 26 maart 2004 ter zake een bedrag van € 191,25 in rekening gebracht.
8. [opposant] heeft de nota, ondanks aanmaning, onbetaald gelaten.
Het verstekvonnis
Bij voormeld verstekvonnis heeft de kantonrechter [opposant] overeenkomstig de vordering van Smits veroordeeld tot betaling van € 234,13 - bestaande uit het factuurbedrag van
€ 191,25, contractuele rente van € 8,84 en buitengerechtelijke incassokosten van € 34,04 - vermeerderd met de rente vanaf 26 januari 2005.
Smits heeft de vordering gebaseerd op het feit dat zij in opdracht van [opposant] bergingswerkzaamheden heeft verricht.
De vordering in oppositie
[opposant] vordert -kort gezegd- nietigverklaring van het verstekvonnis en afwijzing van de oorspronkelijke vordering.
[opposant] stelt daartoe het volgende. Hij heeft nimmer opdracht gegeven om de auto weg te slepen. De politie kan krachtens de Wegenverkeerswet een voertuig zonder raadpleging van de eigenaar slechts in spoedeisende gevallen voor rekening van de eigenaar laten bergen, zodat de verkeersveiligheid en –doorstroming zijn gewaarborgd. De politie heeft ten onrechte zonder tussenkomst van [opposant] Smits opdracht gegeven het voertuig te bergen, omdat het voertuig van [opposant] zodanig geparkeerd stond dat dit de verkeersveiligheid en –doorstroming niet in gevaar bracht.
Bij de mondelinge aanvulling van zijn eis in oppositie heeft [opposant] nog aangegeven dat er geen noodzaak voor de politie was om de auto weg te laten halen. De politie had [opposant] kunnen bellen. Hij had dan zelf de auto opgehaald.
De beoordeling van het geschil
Ter zitting van 3 augustus 2005 heeft Smits aangegeven dat de politie de in de dagvaarding genoemde opdracht heeft gegeven namens [opposant]. De politie trad op namens [opposant] uit hoofde van zaakwaarneming.
Voor zaakwaarneming is vereist dat de omstandigheden van het geval het ingrijpen door de zaakwaarnemer rechtvaardigen. Om in het onderhavige geval zaakwaarneming te kunnen aannemen dient vast te komen staan dat de politie een redelijke grond had voor het doen wegslepen van de auto van [opposant].
Om die vraag te beantwoorden dient eerst te worden bekeken of zich in het onderhavige geval een zodanige situatie was ontstaan die om een onmiddellijke beëindiging vroeg. [opposant] heeft gesteld dat zijn auto zodanig geparkeerd stond dat dit niet de verkeersveiligheid in gevaar heeft gebracht. Ter zitting van 3 augustus 2005 heeft Smits dit ook niet betwist. De kantonrechter is van oordeel dat in het onderhavige geval geen sprake was van een verkeersonveilige situatie die een onmiddellijk optreden van de politie, door het laten wegslepen van de auto, rechtvaardigde. Niet is gebleken dat de auto op een zodanige wijze geparkeerd was dat dit een gevaar opleverde voor de verkeersveiligheid. In zoverre is niet gebleken van zaakwaarneming die leidt tot aansprakelijkheid van [opposant].
Volgens Smits heeft de politie opdracht voor het wegslepen gegeven omdat de auto als gestolen geregistreerd stond. Tijdens de comparitie van partijen is gebleken dat de politie in dergelijke gevallen meteen een sleepbedrijf belt om de auto te laten wegslepen, naar Smits stelde om te voorkomen dat de dief de auto weghaalt. In de onderhavige zaak is dat ook zo gegaan. De politie had echter eerst moeten proberen om [opposant] te bellen om hem zelf de gelegenheid te geven zijn auto op te halen. Door [opposant] die gelegenheid niet te bieden is niet komen vast te staan dat de opdracht die de politie heeft gegeven aan Smits noodzakelijk was. Dit geldt temeer nu uit het door [opposant] in het geding gebrachte proces-verbaal van aangifte blijkt dat [opposant] bij de aangifte van diefstal zijn mobiele nummer aan de politie heeft doorgegeven en voorts [opposant] niet ver woont van de plek waar de auto is gevonden. Pas indien zou blijken dat [opposant] niet bereikbaar was of dat het te lang zou duren voordat [opposant] ter plaatse zou kunnen zijn, zou de politie uit hoofde van zaakwaarneming Smits de opdracht mogen geven om de auto weg te slepen. Dat het de gangbare procedure van de politie is om direct een sleepbedrijf te bellen doet hier niet aan af. Het is niet onbegrijpelijk dat de politie de voor haar snelste en makkelijkste weg kiest, maar zij kan dat niet zonder meer doen uit hoofde van zaakwaarneming en derhalve op kosten van de eigenaar.
Nu niet is gebleken van omstandigheden die het ingrijpen door de zaakwaarnemer rechtvaardigen ontbreekt de grondslag van de vordering. De vordering zal daarom worden afgewezen.
De proceskosten in de verstek- en de verzetprocedure komen voor rekening van Smits omdat deze in het ongelijk wordt gesteld, behoudens de kosten van het verzetexploot, die voor rekening van [opposant] dienen te blijven.
Beslissing
De kantonrechter, rechtdoende in oppositie:
- vernietigt het aangevallen vonnis;
en opnieuw rechtdoende:
- wijst de vordering van Smits af;
- veroordeelt Smits tot betaling van de proceskosten in de verzetprocedure, die aan de kant van [opposant] tot en met vandaag worden begroot op € 30,00 aan gemachtigdensalaris, waarbij wordt bepaald dat de kosten van het verzetexploot voor rekening van [opposant] blijven.
Dit vonnis is gewezen door mr. C.J. Harts en uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum.