ECLI:NL:RBHAA:2005:AU6004
Rechtbank Haarlem
- Kort geding
- A.J. van der Meer
- Rechtspraak.nl
Geschil over koopoptie en levering van villa na overlijden eigenaar
De zaak betreft een geschil over de koopoptie en levering van een villa die toebehoorde aan wijlen [B]. [Z] en zijn toenmalige partner hadden een huur- en verzorgingsovereenkomst met [B], waarbij een koopoptie was toegekend die na het overlijden van [B] door de executeur-testamentair moest worden aangeboden. Na het overlijden van [B] ontstond onenigheid over de voorwaarden en de uitvoering van deze koopoptie.
De rechtbank had eerder geoordeeld dat er een koopoptieovereenkomst was en dat de woning aan [Z] geleverd moest worden tegen een bepaalde koopsom. De Stichting, als erfgenaam, was veroordeeld tot levering, maar stelde dat de rechten van [Z] waren vervallen omdat hij niet binnen drie maanden na het arrest van het hof de koop had gefinancierd. [Z] betwistte dit en stelde dat de termijn pas zou ingaan na definitieve vaststelling van de koopprijs in cassatie.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de termijn niet was begonnen omdat de koopprijs nog niet definitief was vastgesteld en dat [Z] niet in verzuim was. De Stichting mocht het vonnis niet ten uitvoer leggen om levering te verhinderen. Ook de vorderingen van derden ([X] en [Y]) tot levering of verbod op beslaglegging werden afgewezen omdat hun aanspraken onvoldoende waren onderbouwd. De rechtbank wees alle gevraagde voorzieningen af en veroordeelde partijen in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst alle gevraagde voorzieningen af en oordeelt dat de koopoptie niet is vervallen ondanks het verstrijken van drie maanden na het arrest.