ECLI:NL:RBHAA:2005:AU6014
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Flohil
- Mateman
- Donders
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs poging doodslag en poging zware mishandeling
Verdachte werd beschuldigd van poging doodslag en poging zware mishandeling op 31 december 2003, waarbij hij zou hebben geprobeerd op aangeefster in te rijden. De rechtbank stelde vast dat verdachte en aangeefster een slechte verstandhouding hadden en dat de verklaringen van familie en vrienden van aangeefster zonder kritische toets geen volwaardig bewijs vormden.
De verdediging had herhaaldelijk verzocht om het horen van getuigen die belastende verklaringen hadden afgelegd over het rijgedrag van verdachte, maar dit was niet gerealiseerd. De rechtbank oordeelde dat het belang van waarheidsvinding niet meer gediend was met het alsnog horen van getuigen bijna twee jaar na het incident, mede omdat nieuwe details niet te verwachten waren en de familiebanden geen ontlastende werking hadden.
Gezien het ontbreken van onafhankelijk bewijs en het feit dat verdachte consequent ontkende, was de rechtbank niet overtuigd van de schuld van verdachte. Hierdoor werd verdachte onherstelbaar tekort gedaan in zijn recht op verdediging. De rechtbank sprak verdachte daarom vrij van het tenlastegelegde.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs en schending van verdedigingsbelang.