ECLI:NL:RBHAA:2005:AU9279
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.C.M. Rutten
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekking bijstandsuitkering wegens onjuiste vermogensvaststelling door mede-eigendom woning in Turkije
Eiseres ontving vanaf 25 november 2002 een bijstandsuitkering als alleenstaande. Verweerder trok deze uitkering in voor de periode tot 16 mei 2003 en vorderde €4.630 terug, omdat eiseres volgens hem niet had gemeld mede-eigenaar te zijn van een woning in Emirdag, Turkije, op grond van een huwelijksvermogensgemeenschap met haar echtgenoot. Eiseres betwistte dit en stelde dat zij sinds 28 maart 2002 gescheiden was en dat het Turkse huwelijksvermogensrecht tot 1 januari 2002 uitging van scheiding van goederen.
De rechtbank oordeelde dat eiseres ten tijde van de bijstandsaanvraag nog gehuwd was en dat het toepasselijke recht op de huwelijksvermogensgemeenschap Turks recht is, conform het Chelouche/Van Leer-arrest. Dit recht kende tot 1 januari 2002 een regime van scheiding van goederen, tenzij anders overeengekomen. Omdat het huis in 1996 door de echtgenoot alleen was gekocht en geen keuzemogelijkheid was gemaakt voor het nieuwe regime, was eiseres geen mede-eigenaar.
De rechtbank concludeerde dat verweerder ten onrechte de inlichtingenverplichting had aangenomen en dat de intrekking en terugvordering daarom niet rechtsgeldig waren. Het beroep werd gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en het primaire besluit herroepen. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot intrekking en terugvordering wordt vernietigd en herroepen.