ECLI:NL:RBHAA:2005:AV5271
Rechtbank Haarlem
- Kort geding
- A.J. van der Meer
- Rechtspraak.nl
Verlof tot conservatoir derdenbeslag ondanks afgewezen vordering in eerste aanleg
Grouwels Daelmans verzocht de voorzieningenrechter van de rechtbank Haarlem om verlof tot conservatoir derdenbeslag te verkrijgen ten laste van Annaduin, nadat in eerste aanleg een vordering van Annaduin tegen Grouwels Daelmans was toegewezen en Grouwels Daelmans in hoger beroep was gegaan. Ondanks dat de rechtbank Maastricht de schorsing van de executie van het vonnis had afgewezen, achtte de voorzieningenrechter het voldoende aannemelijk dat de vordering waarvoor beslag werd gevraagd, in hoger beroep zou kunnen slagen.
De voorzieningenrechter overwoog dat in een kort geding geen uitgebreid inhoudelijk debat plaatsvindt, maar dat een voorlopige belangenafweging en summier bewijs voldoende zijn. Hoewel het vonnis in eerste aanleg een sterke indicatie vormt voor de deugdelijkheid van de vordering van Annaduin, is dit niet doorslaggevend zolang hoger beroep loopt. Grouwels Daelmans stelde dat zij het betaalde bedrag onverschuldigd heeft voldaan en vreesde dat Annaduin niet in staat zou zijn het bedrag terug te betalen indien zij in hoger beroep gelijk krijgt.
De voorzieningenrechter nam deze vrees serieus en oordeelde dat het belang van Grouwels Daelmans om zekerheid te verkrijgen zwaarder woog dan het belang van Annaduin om over het bedrag te beschikken. Daarom werd het verlof tot beslaglegging verleend, met een voorlopige begroting van de vordering op € 1.100.000. Het verzoek tot repeterend beslag en derdenbeslag onder Stichting Beheer Derdengelden Köster Advocaten werd afgewezen. Partijen zagen af van proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Verlof tot conservatoir derdenbeslag ten laste van Annaduin wordt verleend ondanks lopend hoger beroep.