ECLI:NL:RBHAA:2005:BD5426
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Van den Boogaard
- Robert
- Raymakers
- Rechtspraak.nl
Nietige dagvaarding en niet-ontvankelijkheid bij medeplegen invoer cocaïne door Surinaamse band
De rechtbank Haarlem behandelde de zaak van een verdachte die werd vervolgd voor medeplegen van de invoer van ruim 6,5 kilogram cocaïne in Nederland als lid van een Surinaamse band. De verdediging voerde aan dat de dagvaarding nietig was en dat verdachte slechts verantwoordelijk was voor zijn eigen hoeveelheid cocaïne, waardoor het heenzendbeleid van toepassing zou zijn en het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk moest worden verklaard.
De rechtbank oordeelde dat de dagvaarding geldig was en dat medeplegen ook stilzwijgende bewuste samenwerking omvat. Gezien de gezamenlijke reis, de organisatie door de bandleider en de duidelijke aanwijzingen dat meerdere leden cocaïne bij zich hadden, was sprake van bewuste nauwe samenwerking en medeplegen. Verdachte had voorwaardelijk opzet op de grotere hoeveelheid cocaïne omdat hij het risico accepteerde dat andere bandleden ook cocaïne vervoerden.
De rechtbank achtte bewezen dat verdachte samen met anderen de cocaïne had ingevoerd en verwierp het beroep op het heenzendbeleid. De straf werd bepaald op 18 maanden gevangenisstraf, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, rekening houdend met de jeugdige leeftijd van verdachte en het feit dat hij een first offender was. De tijd in voorlopige hechtenis werd in mindering gebracht.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 18 maanden gevangenisstraf, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.