ECLI:NL:RBHAA:2005:BD5994
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Janse van Mantgem
- Van Dijk
- A.C. van den Boogaard
- Rechtspraak.nl
Veroordeling medeplegen invoer van circa 6,3 kg cocaïne met voorwaardelijk opzet
Verdachte werd beschuldigd van het medeplegen van de invoer van ongeveer 6.296,2 gram cocaïne op Schiphol. De rechtbank oordeelde dat er sprake was van nauwe en bewuste samenwerking met een medeverdachte, mede gelet op identieke vliegtickets, paspoorten, en wijze van verpakken van de cocaïne.
De verdediging voerde aan dat verdachte slechts opzet had op 2 kilogram cocaïne en niet op het meerdere, en dat niet wettig en overtuigend bewezen kon worden dat de aangetroffen stof cocaïne was vanwege een verschil in monsternummers. De rechtbank verwierp deze verweren en stelde vast dat verdachte zich bewust heeft blootgesteld aan de aanmerkelijke kans dat hij meer dan de afgesproken hoeveelheid vervoerde (voorwaardelijk opzet). Het laboratoriumrapport en verklaringen ondersteunden dat de stof cocaïne betrof.
De rechtbank achtte verdachte strafbaar en veroordeelde hem tot een gevangenisstraf van 30 maanden, waarvan 10 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, en een werkstraf van 240 uur. Tevens werd een mobiele telefoon verbeurd verklaard die gebruikt was bij het plegen van het delict. De straf weerspiegelt de ernst van het feit en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waaronder zijn jonge leeftijd.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 30 maanden gevangenisstraf waarvan 10 maanden voorwaardelijk en een werkstraf van 240 uur wegens medeplegen invoer van circa 6,3 kg cocaïne.