ECLI:NL:RBHAA:2005:BD7029

Rechtbank Haarlem

Datum uitspraak
8 juni 2005
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
103661/HA ZA 04-954
Instantie
Rechtbank Haarlem
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • C.A.M. van de Rest-van der Heijden
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 194 lid 2 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Deskundigenonderzoek naar waardevermindering woning door ontbrekende hardhouten kozijnen

In deze civiele zaak tussen eiser en gedaagde over een koopovereenkomst van een woning heeft de rechtbank Haarlem op 8 juni 2005 een tussenvonnis gewezen. De rechtbank beval een aanvullend deskundigenonderzoek naar de waardevermindering van de woning, specifiek met betrekking tot het ontbreken van hardhouten kozijnen en de aanwezigheid van herfstvliegen.

Partijen waren het eens over de aanvullende vraag aan de deskundige over de waardevermindering door het ontbreken van hardhouten kozijnen. De rechtbank wees twee deskundigen aan: een ongediertedeskundige en een makelaar/taxateur. De ongediertedeskundige moest onder meer onderzoeken of de herfstvlieg volledig bestreden kon worden en welke maatregelen nodig zijn, inclusief de bouwkundige implicaties en kosten.

De makelaar/taxateur moest de waarde van de woning bepalen rekening houdend met de herfstvliegen en de waardevermindering door het gebruik van vurenhouten in plaats van hardhouten kozijnen. De deskundigen moesten hun rapport binnen vier maanden indienen. De rechtbank bepaalde dat eiser een voorschot zou betalen voor de kosten van het onderzoek. Verdere beslissingen werden aangehouden tot ontvangst van het deskundigenrapport.

Uitkomst: De rechtbank gelast deskundigenonderzoek naar waardevermindering woning en houdt verdere beslissing aan.

Uitspraak

Zaaknr/rolnr: 103661/HA ZA 04-954
Vonnisdatum: 8 juni 2005
802
VONNIS VAN DE RECHTBANK TE HAARLEM,
ENKELVOUDIGE KAMER,
in de zaak van:
1. [Eiser]
2. [Eiseres]
beiden wonende te Oosthuizen,
eisende partij,
advocaat mr. F. Riezenbos te Hoorn,
procureur mr. H. Oomen,
-- tegen --
1. [Gedaagde 1]
2. [Gedaagde 2],
beiden wonende te Zuidoostbeemster, gemeente Beemster,
gedaagde partij,
advocaat mr. H.H.Q. Abeln te Amsterdam,
procureur mr. R.J. Wiebosch.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eisers] respectievelijk [gedaagden]
1. De verdere loop van het geding
Voor de verdere loop van het geding verwijst de rechtbank naar de volgende zich in het griffiedossier bevindende gedingstukken, waarop vonnis is gevraagd:
? Het tussenvonnis van deze rechtbank d.d. 9 maart 2005, met de daarin genoemde stukken;
? Het proces-verbaal van de (ambtshalve) comparitie d.d. 25 april 2005.
2. Verdere beoordeling van het geschil
2.1 Met het oog op het te gelasten deskundigenonderzoek heeft de rechtbank bij voormeld tussenvonnis van 25 april 2005 een comparitie van partijen gelast teneinde het overleg te voeren als bedoeld in artikel 194 lid 2 Rv Pro. Partijen zijn hierbij eveneens in de gele-genheid gesteld zich uit te laten over de consequenties van een gehele ontbinding van de koopovereenkomst.
2.2 Bij brief van 8 april 2005 hebben [eisers] voorgesteld de te benoemen deskundige als aanvullende vraag te stellen: “Wat is de waardevermindering van de woning nu deze geen hardhouten kozijnen bezit?”.
2.3 Bij brief van 12 april 2005 hebben [gedaagden] aangegeven het eens te zijn met de door [eisers] voorgestelde aanvullende vraag. [gedaagden] hebben de rechtbank in dat verband verzocht om de bouwtechnisch deskundige die de verklaring over de buiten-kozijnen heeft gedaan, te weten E. van Kempen, in de gelegenheid te stellen zijn be-vindingen nader toe te lichten.
2.4 Partijen zijn niet gekomen tot een eensluidend verzoek aan de rechtbank omtrent de te benoemen deskundigen. Ter comparitie is gebleken dat partijen geen bezwaar hebben tegen de benoeming van hierna te noemen deskundigen, zoals voorgesteld door de rechtbank.
2.5 De rechtbank ziet geen aanleiding om, zoals door [gedaagden] verzocht, de heer E. van Kempen, die het keuringsrapport van 12 september 2002 heeft opgesteld, in het deskundigenonderzoek te betrekken.
2.4 [eisers] zullen, als eisende partij op wie de bewijslast rust, het nog door de deskundi-gen te berekenen voorschot dienen te betalen.
2.5 [gedaagden] hebben ter zitting betoogd het thans voorbarig te achten zich uit te laten over de consequenties die een mogelijk geheel ontbinden van de koopovereenkomst met zich kan brengen, alvorens de deskundigenrapporten zijn uitgebracht. De recht-bank overweegt dat partijen zonodig in een later stadium van de procedure, mogelijk bij akte, in de gelegenheid zullen worden gesteld om zich nader uit te laten over de consequenties van een gehele ontbinding van de koopovereenkomst.
2.6 Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.
3. Beslissing
De rechtbank:
3.1 Beveelt een onderzoek door na te noemen deskundigen ter beantwoording van de volgende vragen:
AAN DE ONGEDIERTEDESKUNDIGE:
I. Kan de herfstvlieg volledig bestreden en/of geweerd worden?
II. Zo ja,
a. Welke maatregelen dienen dan getroffen te worden?
b. Hebben deze maatregelen ook bouwkundige implicaties?
c. Wat zijn de kosten van die maatregelen?
III Zo nee,
a. Welke maatregelen kunnen getroffen worden om de overlast te verminderen?
b. Hebben deze maatregelen ook bouwkundige implicaties?
c. Wat is het effect van die maatregelen?
d. Wat zijn de kosten van die maatregelen?
Met betrekking tot de eventuele bouwkundige implicaties en de kosten daarvan kan de ongediertedeskundige zich laten voorlichten door een bouwkundige.
AAN DE MAKELAAR/TAXATEUR:
IV. Indien de herfstvlieg niet volledig bestreden kan worden,
wat was de waarde van de woning ten tijde van de koop, gegeven de aanwezigheid van herfstvliegen? Wilt u bij de beantwoording van deze vraag het rapport van de on-der 3.2. genoemde deskundige betrekken.
V. Wat is de waardevermindering van de woning nu hierin geen hardhouten ko-zijnen, maar vurenhouten kozijnen aanwezig zijn?
AAN BEIDE DESKUNDIGEN:
VI. Zijn er uit uw onderzoek overigens nog feiten of omstandigheden gebleken die naar uw deskundig oordeel voor de beantwoording van de gestelde vragen van belang kunnen zijn?
3.5 Benoemt tot ongediertedeskundige:
De heer T. Hakbijl (adres: Zoölogisch Museum Amsterdam, Plantage Middenlaan 64, 1018 DH te Amsterdam, 020-5256529).
3.6 Benoemt tot deskundige makelaar/taxateur:
een makelaar/taxateur van het makelaarskantoor Kuijs Reinder Kakes (adres: Westzij-de 340, 1506 GK te Zaandam, 075-6353591).
3.7 Bepaalt dat de deskundigen hun onderzoek zelf¬stan¬dig zullen verrichten en daartoe zo snel moge¬lijk – onverminderd 3.14 – zullen overgaan op een door dezen in overleg met partijen te bepalen tijdstip en plaats.
3.8 Verstaat dat de deskundigen partijen in de gelegen¬heid zullen stel¬len daarbij opmer-kingen te maken en verzoeken te doen; indien tenminste één partij dat wenst, zullen de deskundigen partijen daartoe ook mondeling horen.
3.9 Bepaalt dat de deskundigen in hun rapport zullen vermelden dat aan het hiervoor onder 3.6 genoemde voorschrift is voldaan, zulks met vermelding van de inhoud van de eventuele opmerkingen en verzoeken.
3.10 Bepaalt dat de deskundigen een schriftelijk, met redenen omkleed en ondertekend bericht uiterlijk vier maanden na de uitspraak van dit vonnis ter griffie van deze recht-bank zullen inleveren.
3.11 Bepaalt dat deze zaak weer zal worden uitgeroepen ter rolle van de enkelvoudige kamer belast met de behandeling van burgerlijke zaken van deze rechtbank op de vierde woensdag na de dag waarop het bericht ter griffie is ingeleverd.
3.12 Bepaalt dat de griffier van deze rechtbank de deskundigen een afschrift van dit vonnis toe zal zenden.
3.13 Verzoekt de raadsman van [eisers] om aan de deskundigen een afschrift van het procesdossier toe te zenden.
3.14 Bepaalt dat door [eisers] een voorschot ter zake van de kosten van de deskundigen ter griffie zal worden gedeponeerd, welk voorschot bij deze wordt bepaald op een door de deskundigen te begroten bedrag.
3.15 Verzoekt de deskundigen de kosten te begroten en deze begroting binnen drie weken aan de rechtbank en aan partijen te doen toekomen en draagt [eisers] op om het begro-te bedrag binnen drie weken na dagtekening van de begroting ter griffie van deze rechtbank te deponeren ter verzekering van de betaling van de deskundigen nadat het deskundigenbericht is uitgebracht.
3.16 Bepaalt dat de deskundigen het onderzoek niet behoeven aan te vangen alvorens genoemd voorschot is gedeponeerd.
3.17 Houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. C.A.M. van de Rest-van der Heijden, lid van voor-melde kamer, en in het openbaar uitgesproken ter terechtzitting van 8 juni 2005, in te-genwoordigheid van de griffier.