ECLI:NL:RBHAA:2006:AV0609
Rechtbank Haarlem
- Voorlopige voorziening
- J.T.M. Nijenhof
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen zekerheidsstelling bij invoer knoflook
Verzoekster, een douane-expediteur, kreeg drie uitnodigingen tot betaling (UTB's) opgelegd door de inspecteur van de Belastingdienst vanwege de indeling van ingevoerde knoflook als verse knoflook in plaats van gedroogde knoflook. Verzoekster betwist de juistheid van deze indeling en stelt dat de monsterneming niet volgens de juiste verificatieprocedure heeft plaatsgevonden, waardoor de UTB's niet rechtsgeldig zouden zijn. Zij verzoekt om schorsing van de zekerheidsstelling die zij heeft gesteld ter betaling van de invoerrechten.
De voorzieningenrechter oordeelt dat er gerede twijfel bestaat over de juistheid van de UTB's, mede vanwege het ontbreken van kennisgeving voorafgaand aan de monsterneming en het niet verstrekken van inzage in stukken, wat een mogelijke schending van artikel 7:4 Awb Pro inhoudt. Desondanks wordt het verzoek afgewezen omdat verzoekster onvoldoende heeft aangetoond dat de zekerheidsstelling haar normale bedrijfsvoering zodanig beperkt dat zij onherstelbare schade lijdt. Hoewel omzetderving en verlies van cliënten zijn gesteld, is de continuïteit van de onderneming niet in gevaar.
De rechtbank weegt het belang van de douaneautoriteiten om de inning van invoerrechten zeker te stellen tegen het belang van verzoekster bij het opheffen van de zekerheid. Gezien de kredietfaciliteit en de toezegging van verweerder om spoedig uitspraak op bezwaar te doen, is het belang van verzoekster onvoldoende zwaarwegend. Het verzoek tot voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot schorsing van de zekerheidsstelling wordt afgewezen wegens onvoldoende aannemelijkheid van onherstelbare schade.