ECLI:NL:RBHAA:2006:AV0777
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- R.G. Kemmers
- A.A. Fase
- H.A. Tulp
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid rechtbank en beoordeling naheffingsaanslag loonbelasting met boete
Eiser, exploitant van een pizzeria, kreeg een naheffingsaanslag loonbelasting/premie volksverzekeringen (lb/pvv) en een vergrijpboete opgelegd over de jaren 2001 tot en met 2003. Verweerder stelde op basis van waarnemingen ter plaatse en werkroosters dat niet alle werknemers in de loonadministratie waren opgenomen en berekende een naheffing.
De rechtbank moest eerst beoordelen of zij bevoegd was het beroep te behandelen, gelet op de overgangsregeling van de Wet belastingrechtspraak die per 1 januari 2005 in werking trad. Ondanks een onjuiste datum op de uitspraak op bezwaar, oordeelde de rechtbank dat de juiste datum 11 januari 2005 was, waardoor zij bevoegd was.
Inhoudelijk oordeelde de rechtbank dat eiser niet alle werknemers had opgegeven en dat de berekening van verweerder voor 2002 en 2003 niet onredelijk was. Voor 2001 werd de naheffing en boete verminderd omdat de gehanteerde loonsommen onjuist waren. De opgelegde boete van 25% werd passend geacht vanwege opzet van eiser.
De rechtbank veroordeelde verweerder in de proceskosten en gelastte vergoeding van het griffierecht. Het beroep tegen een later verzonden geschrift werd niet-ontvankelijk verklaard omdat dit geen uitspraak op bezwaar was.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich bevoegd, vermindert de naheffingsaanslag en boete voor 2001, verklaart het beroep voor 2002 en 2003 ongegrond en veroordeelt verweerder in proceskosten.