ECLI:NL:RBHAA:2006:AV0869
Rechtbank Haarlem
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Burengeschil over uitleg en uitoefening erfdienstbaarheid recht van overpad
Partijen zijn buren met een erfdienstbaarheid van voetpad gevestigd in 1931 ten behoeve van S. over het perceel van O. In 1998 plaatste O. een nieuwe schuur die het pad deels blokkeerde, waarna in 1999 een notariële overeenkomst werd gesloten waarin O. zich onherroepelijk verbond de schuur te verwijderen bij verkoop van het perceel, om het recht van overpad te waarborgen.
In 2004 bouwde O. een nieuwe schuur, waarna S. bezwaar maakte en correspondentie volgde over een oplossing. In augustus 2004 bereikten partijen een nieuwe overeenkomst waarin de uitoefening van het recht van overpad werd aangepast en de schuur werd geaccepteerd, met afspraken over waterafvloeiing en padbreedte.
S. vorderde in kort geding verwijdering van de schuur en betaling van kosten, stellende dat de 1999-overeenkomst nog geldt. O. stelde dat de 2004-overeenkomst de eerdere vervangt en dat geen belemmering van het pad bestaat.
De rechtbank oordeelde dat de 2004-overeenkomst de 1999-overeenkomst vervangt en dat onvoldoende aannemelijk is dat de nieuwe schuur de erfdienstbaarheid belemmert. De vorderingen van S. werden afgewezen en het conservatoir beslag op de woning van O. werd opgeheven. S. werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Vorderingen van S. worden afgewezen en het conservatoir beslag op de woning van O. wordt opgeheven.