ECLI:NL:RBHAA:2006:AV1422
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzoek tot herroeping faillissementsbeschikking wegens termijnoverschrijding en wettelijke regeling
Verzoeker B. heeft bij de rechtbank Haarlem verzocht om herroeping van de beschikking van 26 november 2002, waarbij zijn definitieve surseance van betaling werd opgeheven en zijn faillissement werd uitgesproken. Hij stelde dat de curator Van Apeldoorn had verzwegen dat hij een verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling had kunnen doen, en dat hij pas op 14 oktober 2005 van deze grond voor herroeping op de hoogte was geraakt.
De rechtbank oordeelde dat het verzoek niet-ontvankelijk was omdat het niet binnen de in artikel 383 Rv Pro gestelde termijn van drie maanden was ingediend, aangezien de beschikking op 5 december 2002 in kracht van gewijsde was gegaan en het verzoek uiterlijk 5 maart 2003 had moeten worden ingediend. De stelling van B. dat hij pas in 2005 bekend was met de grond voor herroeping werd verworpen, mede omdat hij in die periode rechtskundige bijstand had.
Daarnaast overwoog de rechtbank dat de Faillissementswet zich tegen herroeping van een beschikking tot faillietverklaring verzet, omdat de wet snelle en definitieve beslissingen verlangt en de rechtsmiddelen die tegen een dergelijke beslissing openstaan beperkt zijn. Ook indien B. ontvankelijk zou zijn geweest, zou het verzoek worden afgewezen omdat niet was voldaan aan de voorwaarden voor herroeping op grond van bedrog of andere gronden genoemd in artikel 382 Rv Pro.
De rechtbank verklaarde B. derhalve niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot herroeping van de faillissementsbeschikking van 26 november 2002.
Uitkomst: Verzoeker is niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek tot herroeping van de faillissementsbeschikking wegens termijnoverschrijding en wettelijke uitsluiting van herroeping.