ECLI:NL:RBHAA:2006:AV2077
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.J. Roke
- Rechtspraak.nl
Geen tweede boete bij naheffingsaanslag omzetbelasting wegens ne bis in idem
Eiser was eigenaar van een onroerende zaak en verhuurde deze aan een vennootschap waarvan hij de aandelen hield. Na een onderzoek legde de Belastingdienst een naheffingsaanslag omzetbelasting op over de periode juli 1999 tot en met december 2000, inclusief een vergrijpboete van 25% van het nageheven bedrag.
Eiser stelde bezwaar tegen de boetebeschikking en voerde aan dat deze boete onterecht was opgelegd vanwege het ne bis in idem-beginsel, omdat hij reeds eerder boetes zou hebben gekregen bij eerdere naheffingsaanslagen uit 2000. De Belastingdienst betwistte dit en stelde dat op de eerdere aanslagbiljetten geen boetes waren opgelegd, slechts een mededeling over artikel 67f AWR.
De rechtbank onderzocht de aanslagbiljetten en concludeerde dat er geen boetebeschikkingen waren genomen bij de eerdere naheffingsaanslagen, aangezien er geen bedragen voor boetes waren opgenomen. De enkele vermelding van artikel 67f AWR op het aanslagbiljet betekent niet dat een boete is opgelegd. Daardoor is er geen sprake van dubbele bestraffing.
De rechtbank verwierp het beroep van eiser en verklaarde het ongegrond, omdat geen gronden aanwezig waren om de boete te vernietigen of te verminderen. Tevens werden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen de boetebeschikking is ongegrond verklaard en de boete blijft gehandhaafd.