ECLI:NL:RBHAA:2006:AV2197
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Van Dam
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens niet-strafbaarheid grensoverschrijdende dienstverlening zonder tewerkstellingsvergunning
Op 15 december 2004 heeft verdachte, een Nederlandse rechtspersoon, Poolse werknemers arbeid laten verrichten zonder te beschikken over tewerkstellingsvergunningen. De werknemers waren in dienst van een Poolse onderaannemer die door verdachte was ingeschakeld voor renovatiewerkzaamheden in Nederland.
De officier van justitie vorderde een geldboete wegens overtreding van artikel 2 van Pro de Wet arbeid vreemdelingen. Verdachte voerde aan dat het hier ging om een grensoverschrijdende levering van diensten door een Poolse onderneming, waardoor artikel 49 van Pro het EG-verdrag van toepassing is en het Nederlandse verbod op tewerkstellingsvergunningen een disproportionele belemmering vormt van het vrije verkeer van diensten.
De economische politierechter oordeelde dat de werkzaamheden van de Poolse werknemers onder het vrije verkeer van diensten vallen en dat het stellen van een tewerkstellingsvergunning een niet-proportionele belemmering is in strijd met het EG-recht en de jurisprudentie van het Hof van Justitie. Daarom is het bewezenverklaarde feit niet strafbaar en wordt verdachte vrijgesproken en ontslagen van alle rechtsvervolging.
De uitspraak bevestigt dat tijdelijke grensoverschrijdende dienstverlening door werknemers van een in een andere lidstaat gevestigde onderneming niet zonder meer aan de Nederlandse vergunningplicht onderworpen kan worden, mits de dienstverlening proportioneel en in overeenstemming met het EG-recht plaatsvindt.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken en ontslagen van alle rechtsvervolging omdat het laten verrichten van arbeid door Poolse werknemers zonder tewerkstellingsvergunning niet strafbaar is onder het vrije verkeer van diensten.