ECLI:NL:RBHAA:2006:AV4836
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Voordracht tot inbewaringstelling van gefailleerde en plaatsing in beperkingen bevestigd
De rechtbank Haarlem behandelde op 23 februari 2006 het verzoek tot inbewaringstelling van de gefailleerde in het faillissement F. 449/2005. De curator had via een postblokkade vernomen dat de gefailleerde twee buitenlandse bankrekeningen in Turkije had met aanzienlijke saldi die tot de faillissementsboedel behoren, maar waarvan de gefailleerde geen melding had gemaakt.
Hoewel de gefailleerde inmiddels medewerking verleende aan het overboeken van deze saldi naar de faillissementsrekening door een machtiging te tekenen, bestond er een substantieel risico dat hij alsnog zou proberen de gelden aan het faillissement te onttrekken. De rechtbank oordeelde dat het belang van de boedel zwaarder woog dan het belang van de gefailleerde.
Daarom werd de gefailleerde voor dertig dagen in verzekerde bewaring gesteld in een Huis van Bewaring en onderworpen aan beperkingen, waaronder het beperken van contact tot zijn raadsman, de curator en de rechter-commissaris. Dit om te voorkomen dat hij via derden alsnog de activa zou onttrekken.
De beschikking is genomen op grond van de Faillissementswet, met name artikel 87 en Pro artikel 23, die het beheer van het failliete vermogen regelt. De aanwezigheid van een notaris was geregeld om de machtiging van de gefailleerde notarieel vast te leggen.
De rechtbank concludeerde dat de inbewaringstelling en beperkingen noodzakelijk waren ter bescherming van de faillissementsboedel en de belangen van de schuldeisers.
Uitkomst: De rechtbank heeft de inbewaringstelling en beperkingen van de gefailleerde bevolen om onttrekking van buitenlandse activa aan het faillissement te voorkomen.