Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBHAA:2006:AV4836

Rechtbank Haarlem

Datum uitspraak
23 februari 2006
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
F. 449/2005
Instantie
Rechtbank Haarlem
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 23 FaillissementswetArt. 87 FaillissementswetArt. 105 FaillissementswetArt. 20 Faillissementswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voordracht tot inbewaringstelling van gefailleerde en plaatsing in beperkingen bevestigd

De rechtbank Haarlem behandelde op 23 februari 2006 het verzoek tot inbewaringstelling van de gefailleerde in het faillissement F. 449/2005. De curator had via een postblokkade vernomen dat de gefailleerde twee buitenlandse bankrekeningen in Turkije had met aanzienlijke saldi die tot de faillissementsboedel behoren, maar waarvan de gefailleerde geen melding had gemaakt.

Hoewel de gefailleerde inmiddels medewerking verleende aan het overboeken van deze saldi naar de faillissementsrekening door een machtiging te tekenen, bestond er een substantieel risico dat hij alsnog zou proberen de gelden aan het faillissement te onttrekken. De rechtbank oordeelde dat het belang van de boedel zwaarder woog dan het belang van de gefailleerde.

Daarom werd de gefailleerde voor dertig dagen in verzekerde bewaring gesteld in een Huis van Bewaring en onderworpen aan beperkingen, waaronder het beperken van contact tot zijn raadsman, de curator en de rechter-commissaris. Dit om te voorkomen dat hij via derden alsnog de activa zou onttrekken.

De beschikking is genomen op grond van de Faillissementswet, met name artikel 87 en Pro artikel 23, die het beheer van het failliete vermogen regelt. De aanwezigheid van een notaris was geregeld om de machtiging van de gefailleerde notarieel vast te leggen.

De rechtbank concludeerde dat de inbewaringstelling en beperkingen noodzakelijk waren ter bescherming van de faillissementsboedel en de belangen van de schuldeisers.

Uitkomst: De rechtbank heeft de inbewaringstelling en beperkingen van de gefailleerde bevolen om onttrekking van buitenlandse activa aan het faillissement te voorkomen.

Uitspraak

RECHTBANK TE HAARLEM
Faillissementsnummer: F. 449/2005
Datum beschikking: 23 februari 2006
De rechtbank te Haarlem, enkelvoudige kamer voor de behandeling van burgerlijke zaken;
Gezien de voordracht d.d. 23 februari 2006 van de waarnemend rechter-commissaris in het op 15 november 2005 door deze rechtbank uitgesproken faillissement van:
U. B.,
geboren te [plaats] op [datum],
verblijvende te [verblijfplaats];
curator mr. R.J. Kaas te Haarlem,
strekkende tot inbewaringstelling van gefailleerde;
Gelet op het proces-verbaal van verhoor d.d. 23 februari 2006, waarvan de inhoud als hier ingelast dient te worden beschouwd.
OVERWEEGT:
De curator heeft via de postblokkade informatie ontvangen waaruit volgt dat gefailleerde in Turkije een tweetal rekeningen op zijn naam heeft met begin 2006 een saldo van respectievelijk € 237.416,43 en € 174.335,00.
Deze saldi vallen op grond van artikel 20 Faillissementswet Pro in het faillissement van gefailleerde.
Gefailleerde heeft van dit actief geen mededeling gedaan aan de curator.
Gefailleerde is heden op de voet van artikel 105 Faillissementswet Pro gehoord door de waarnemend rechter-commissaris ten aanzien van deze rekeningen. Voorts is hem verzocht medewerking te verlenen aan het overboeken van deze saldi naar de faillissementsrekening door het ondertekenen van een machtiging aan de curator om dat namens hem te kunnen doen. In dat verband is ook een notaris verzocht om aanwezig te zijn, zodat van de machtiging van gefailleerde een notariële akte kan worden opgemaakt.
Uit artikel 23 Faillissementswet Pro volgt dat gefailleerde de beschikking en het beheer over zijn tot het faillissement behorend vermogen door de faillietverklaring verliest. Omdat voormelde vermogensbestanddelen zich in het buitenland bevinden en niet zonder meer duidelijk is in hoeverre de betreffende bankinstelling een eventueel verzoek van gefailleerde om opname of overboeking anders dan naar de faillissementsrekening zal afwijzen op grond van artikel 23 Faillissementswet Pro, alsmede een verzoek van de curator om overboeking naar de faillissementsrekening op basis van het vonnis tot faillietverklaring zal honoreren, is de medewerking van gefailleerde noodzakelijk.
Hoewel gefailleerde thans in zoverre zijn medewerking heeft verleend aan overboeking van de saldi in Turkije naar de faillissementsrekening, dat hij de machtiging van de curator daarvoor heeft getekend, is er een substantieel risico dat de gefailleerde de saldi aan het faillissement zal trachten te onttrekken, voordat de curator heeft kunnen bewerkstelligen dat de saldi op de faillissementsrekening, althans een op zijn naam staande rekening zijn overgeboekt. Gefailleerde heeft deze saldi immers aan de boedel trachten te onttrekken door daarvan geen mededeling te doen aan de curator, laat staan het er zelf toe te leiden dat deze saldi op de faillissementsrekening werden overgeboekt.
Het verzoek tot inbewaringstelling zal derhalve worden toegewezen, nu het belang van gefailleerde niet opweegt tegen het belang van de boedel bij zijn inbewaringstelling.
Tevens zal gefailleerde in beperkingen worden geplaatst teneinde te voorkomen dat hij genoemde saldi via derden alsnog aan de boedel kan onttrekken.
F. 449/2005 - 2 -
BESCHIKT:
Beveelt dat U.B. voornoemd in verzekerde bewaring wordt gesteld voor de duur van dertig dagen in het Huis van Bewaring te Haarlem of enig ander Huis van Bewaring hier te lande.
Beveelt voorts dat U.B. zal worden onderworpen aan alle beperkingen welke op de in verzekerde bewaringstelling kunnen rusten en slechts contacten mag onderhouden met zijn raadsman, de curator en de rechter-commissaris in zijn faillissement.
Aldus gedaan te Haarlem op 23 februari 2006 door mr. M. Flipse, rechter, lid van voormelde kamer, in tegenwoordigheid van de griffier.