ECLI:NL:RBHAA:2006:AV7905
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- F.M. Visser
- Rechtspraak.nl
Verjaringstermijn bij vordering kennelijk onredelijk ontslag begint na einde arbeidsovereenkomst
In deze zaak vordert eiser een schadevergoeding wegens kennelijk onredelijk ontslag. De arbeidsovereenkomst tussen eiser en Bonar Floors werd opgezegd per 1 maart 2005, waarbij een te korte opzegtermijn werd gehanteerd. Bonar Floors betaalde ter compensatie twee maanden salaris.
De rechtbank stelt vast dat de verjaringstermijn van zes maanden voor een vordering wegens kennelijk onredelijk ontslag begint te lopen op de dag na het einde van de arbeidsovereenkomst, hier 2 maart 2005. De verjaringstermijn is daardoor op het moment van indiening van het verzoekschrift op 31 oktober 2005 reeds verstreken.
De rechtbank oordeelt dat het onregelmatige ontslag geldig is, maar aanleiding geeft tot een schadevergoedingsvordering. De te korte opzegtermijn verlengt de verjaringstermijn echter niet. Omdat geen rechtsgeldige stuiting is gebleken, wordt de vordering van eiser niet-ontvankelijk verklaard.
Eiser wordt veroordeeld in de proceskosten, begroot op €400,- ten gunste van Bonar Floors. Het vonnis is gewezen door kantonrechter F.M. Visser en uitgesproken op 30 maart 2006.
Uitkomst: De vordering wegens kennelijk onredelijk ontslag is niet-ontvankelijk verklaard wegens verjaring.