ECLI:NL:RBHAA:2006:AW2831
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- R.G. Kemmers
- Rechtspraak.nl
Rechtbank oordeelt dat woonhuis en graslandpercelen niet als één onroerende zaak gelden voor Wet WOZ
Eiser is eigenaar van een vrijstaand woonhuis en twee afzonderlijke percelen grasland, gelegen op enige afstand en gescheiden door openbaar vaarwater. De gemeente had deze als één onroerende zaak voor de WOZ-waardebepaling aangemerkt. Eiser betwistte dit en stelde dat de percelen vanwege hun agrarische bestemming, beperkte bereikbaarheid per boot en het ontbreken van voorzieningen bij het woonhuis niet samen met het woonhuis als één object kunnen worden gezien.
De rechtbank stelde vast dat de percelen niet direct aan het woonhuis grenzen en dat een gezamenlijke verkoop van het woonhuis met de percelen niet aannemelijk is. Ook het hobbymatig gebruik van de percelen zonder voorzieningen bij het woonhuis en de afstand van circa 30 tot 400 meter, gescheiden door vaarwater, ondersteunen dit standpunt.
De rechtbank verwierp de door verweerder aangevoerde efficiëntievoordelen van een gezamenlijke waardering als onvoldoende relevant. Op grond van artikel 16d Wet WOZ concludeerde de rechtbank dat het woonhuis en de percelen niet als één onroerende zaak kunnen worden aangemerkt. Het beroep van eiser werd gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en de gemeente gelast het betaalde griffierecht te vergoeden.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat het woonhuis en de twee percelen grasland niet als één onroerende zaak voor de Wet WOZ mogen worden aangemerkt en verklaart het beroep van eiser gegrond.