ECLI:NL:RBHAA:2006:AW4045

Rechtbank Haarlem

Datum uitspraak
17 maart 2006
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
303414
Instantie
Rechtbank Haarlem
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:685 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding arbeidsovereenkomst wegens onherstelbare arbeidsverhouding na beledigende e-mail

De Financiële Kamer B.V. verzocht de ontbinding van de arbeidsovereenkomst met de werknemer vanwege een onherstelbare arbeidsverhouding, veroorzaakt door een beledigende e-mail die de werknemer op 16 oktober 2005 aan collega’s stuurde. De werknemer was sinds 1 augustus 2003 in dienst als financieel adviseur en had een bruto maandsalaris van €1.725.

De kantonrechter stelde vast dat voortzetting van de arbeidsovereenkomst zinloos was en kende daarom het verzoek tot ontbinding toe. De werknemer had echter geen enkele actie ondernomen om de negatieve effecten van zijn e-mail ongedaan te maken, ondanks dat hij mogelijk verminderd toerekeningsvatbaar was ten tijde van het verzenden. Hij had geen excuses aangeboden aan de collega die beledigd was, noch had hij geprobeerd de relatie te herstellen.

Daarnaast had de werknemer een andere baan geaccepteerd en was hij daar al zes weken werkzaam zonder dit aan De Financiële Kamer te melden. De kantonrechter oordeelde dat er geen aanleiding was om een vergoeding toe te kennen aan de werknemer, mede omdat hij verwijtbaar had gehandeld door geen herstelpogingen te doen en de nieuwe baan niet te melden.

De arbeidsovereenkomst werd ontbonden met ingang van de datum van uitspraak, 17 maart 2006, en partijen dragen ieder hun eigen proceskosten.

Uitkomst: De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden zonder toekenning van vergoeding wegens nalaten herstel van de arbeidsverhouding.

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM
SECTOR KANTON, LOCATIE ZAANDAM
Beschikking in de zaak van:
de besloten vennootschap De Financiële Kamer B.V., gevestigd te Heemstede,
verder ook te noemen De Financiële Kamer,
verzoekende partij,
gemachtigde: Mr M.M. van Til,
tegen:
[verweerder], wonende te Purmerend,
verder ook te noemen [verweerder],
verwerende partij,
gemachtigde: Mr W.B. Koppenberg
Verloop van de procedure
De Financiële Kamer heeft op 1 maart 2006 een verzoekschrift ingediend.
[verweerder] heeft een verweerschrift ingediend.
Het verzoek is ter zitting van 13 maart 2006 behandeld.
Hierna is uitspraak bepaald.
Motivering
1.
De Financiële Kamer verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens wijziging van omstandigheden. Ter toelichting op het verzoek heeft zij gesteld dat iedere basis aan een vruchtbare samenwerking is komen te ontvallen. Bovendien heeft [verweerder] een andere baan aanvaard.
2.
[verweerder] voert verweer. In geval van toewijzing van het verzoek maakt hij aanspraak op een vergoeding conform de kantonrechtersformule (C=2).
3.
De volgende feiten zijn komen vast te staan omdat deze zijn erkend, dan wel omdat deze niet, althans onvoldoende, zijn betwist.
[verweerder], (geboortedatum 11 juni 1953) is op 1 augustus 2003 in dienst van De Financiële Kamer getreden in de functie van financieel adviseur. Het laatstgenoten brutoloon bedraagt € 1.725,- per maand. Op 22 november 2005 is door De Financiële Kamer een verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst ingediend. De aanleiding betrof een incident waarbij [verweerder] op 16 oktober 2005 een mail naar collega’s heeft gestuurd met een beledigende inhoud. Bij beschikking van 13 december 2005 is dit verzoek afgewezen. [verweerder] heeft het werk sedert zijn non-aktiefstelling op 17 oktober 2005 niet meer hervat. Na kennisneming van de inhoud van de beschikking hebben partijen onderhandeld over de voorwaarden van een beëindiging van de arbeidsovereenkomst. Dit heeft niet tot overeenstemming geleid. [verweerder] heeft inmiddels een werkkring elders aanvaard. Hij heeft zijn werkzaamheden daar zes weken geleden aangevangen. Hij heeft dit niet op eigen initiatief aan De Financiële Kamer gemeld. De Financiële Kamer heeft tot op de datum van behandeling het salaris aan [verweerder] doorbetaald.
4.
Gelet op hetgeen door partijen ter zitting in aanvulling op de processtukken is aangevoerd, heeft de kantonrechter tot de overtuiging gebracht dat een zinvolle voortzetting van de arbeidsovereenkomst uitgesloten is. Dit rechtvaardigt een toewijzing van het verzoek.
5.
De kantonrechter ziet geen aanleiding om [verweerder] een vergoeding toe te kennen. Niettegenstaande de beslissing van de kantonrechter van 13 december 2005 komt de inhoud van de mail van 16 oktober 2005 voor rekening en risico van [verweerder]. Het had dan ook op de weg van [verweerder] gelegen om actie te ondernemen om de relatie met o.a. zijn collega de heer [xxx] te herstellen. Het moge zo zijn dat [verweerder] mogelijk verminderd toerekeningsvatbaar is geweest toen hij bedoelde mail schreef, dat laat echter onverlet dat hij op een moment dat hij inzag dat zijn uitlatingen beledigend voor de heer [xxx] waren, zijn excuses had dienen aan te bieden. Dit alles is niet gebeurd. [verweerder] heeft -kennelijk- geen enkele actie ondernomen om de negatieve effecten van zijn actie ongedaan te maken. Daarmee stond de noodzaak van een beëindiging van de relatie vast. Hiervoor treft [verweerder] verwijt. Van hem had mogen worden verwacht te trachten de negatieve effecten van zijn email ongedaan te maken. Ondertussen heeft hij gesolliciteerd naar een andere baan en deze geaccepteerd (en dit niet aan De Financiële Kamer gemeld). De kantonrechter kan [verweerder] niet volgen in zijn stelling dat hem door De Financiële Kamer veel onrecht is aangedaan.
Beslissing
De kantonrechter:
ontbindt de arbeidsovereenkomst tussen partijen met ingang van heden;
compenseert de proceskosten in die zin, dat partijen de eigen kosten dragen;
Deze beschikking is gegeven door mr. J.S.A.M. Schokkenbroek, kantonrechter te Zaandam, en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 17 maart 2006.