ECLI:NL:RBHAA:2006:AW4047
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.J. van der Valk
- Rechtspraak.nl
Niet ontvankelijkheid vordering wegens kennelijk onredelijk ontslag door verjaring
Eiser was sinds 1 juli 1999 in dienst bij Bloem Digital Imaging BV. Op 28 december 2004 ontving hij een ontslagbrief met ingang van 1 februari 2005, gebaseerd op een ontslagvergunning van het CWI. Eiser protesteerde tegen de ontslagvergunning en de verkorting van de opzegtermijn, maar deed geen expliciet verzoek tot omzetting van het onregelmatig ontslag in een regelmatig ontslag.
Bloem betaalde een extra maandsalaris om de verkorte opzegtermijn te compenseren, mede na contact met het UWV. Eiser vroeg een WW-uitkering aan en liet verder na om actie te ondernemen tot hij op 25 augustus 2005 dagvaardde. De kantonrechter oordeelde dat de vordering binnen zes maanden na beëindiging van het dienstverband moet worden ingesteld. Omdat het dienstverband volgens de rechter op 1 februari 2005 eindigde, was de vordering verjaard.
De kantonrechter verwijst naar jurisprudentie dat onregelmatig ontslag niet nietig is maar schadeplichtig maakt. Omdat eiser geen verzoek tot omzetting van het ontslag heeft gedaan en te laat was met zijn vordering, wordt hij niet ontvankelijk verklaard. Hij wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Eiser wordt niet ontvankelijk verklaard wegens verjaring van zijn vordering wegens kennelijk onredelijk ontslag.