ECLI:NL:RBHAA:2006:AW5770
Rechtbank Haarlem
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Uitleg en executiegeschil rond veroordeling werkzaamheden aan voorgevel in burenrecht
Eisers en gedaagden zijn buren met een erfdienstbaarheid van uitzicht. Eisers wilden hun woning uitbreiden en kregen bouwvergunning, maar gedaagden maakten bezwaar vanwege vermindering van licht en uitzicht. Na ongegrondverklaring van bezwaar startten eisers met funderingswerkzaamheden. Gedaagden spanden kort geding aan en de voorzieningenrechter verbood verdere werkzaamheden en beval ongedaanmaking binnen twee weken, met dwangsommen bij overtreding.
Eisers voerden aan dat funderingswerkzaamheden niet onder het verbod vielen omdat deze het uitzicht niet belemmeren, en dat zij dus het vonnis niet overtraden. Gedaagden stelden dat fundering wel onder het verbod valt en dat eisers kennelijk zelf zo dachten door de fundering met zand te bedekken.
De rechtbank oordeelde dat onder 'voorgevel' de zichtbare muur boven maaiveld wordt verstaan en dat fundering onder maaiveld niet onder het verbod valt. Ook is het verwijderen van fundering geen geschikte maatregel om de erfdienstbaarheid van uitzicht te waarborgen. De rechtbank matigde de dwangsom en verbood verdere executie van het vonnis, omdat het verbod te algemeen en onduidelijk was geformuleerd.
De rechtbank veroordeelde gedaagden in de proceskosten en verklaarde het vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Hiermee werd de reikwijdte van het eerdere vonnis beperkt en werd executie van dwangsommen tegen eisers gestopt.
Uitkomst: De rechtbank beperkte de reikwijdte van het vonnis en verbood verdere executie van dwangsommen wegens fundering valt niet onder het verbod aan de voorgevel.