ECLI:NL:RBHAA:2006:AX1185
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- F.J.P. Veenhof
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot machtiging woningruil wegens ontbreken zwaarwichtig belang
Eiseres wenste met haar partner te verhuizen naar een andere huurwoning die werd bewoond door een derde, waarbij deze derde in haar plaats de huidige woning van eiseres zou huren. Eiseres beriep zich op een zwaarwichtig belang ingevolge artikel 7:270 BW Pro, gegrond op haar kinderwens en de beperkte ruimte in haar huidige seniorenwoning.
WOONopMAAT, de verhuurder, weigerde toestemming voor de woningruil omdat de beoogde woning gereserveerd stond voor verkoop en het toewijzingsbeleid dit niet toestond. Daarnaast betwistte WOONopMAAT het zwaarwichtig belang van eiseres en stelde dat de financiële waarborg door de beoogde nieuwe huurder onvoldoende was aangetoond.
De kantonrechter oordeelde dat WOONopMAAT zich als verhuurder had voorgedaan en dus terecht was gedagvaard. Echter, het belang van eiseres werd onvoldoende geacht om een machtiging tot woningruil te rechtvaardigen. De kinderwens werd erkend als een te respecteren belang, maar onvoldoende concreet en zwaarwichtig, mede omdat de wens nog niet was verwezenlijkt en de huidige woning nog passend was. De vordering werd daarom afgewezen en eiseres werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot machtiging van woningruil wordt afgewezen wegens ontbreken van een zwaarwichtig belang.