ECLI:NL:RBHAA:2006:AX6749
Rechtbank Haarlem
- Voorlopige voorziening
- G. Guinau
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen beëindiging bijstandsuitkering na samenwonen
Verzoekster ontving sinds 1996 een bijstandsuitkering als alleenstaande ouder. Op 3 april 2006 is zij gaan samenwonen met haar partner, waarna het college van burgemeester en wethouders van Zaanstad de uitkering per die datum beëindigde. Verzoekster maakte bezwaar tegen dit besluit en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
Tijdens de zitting op 22 mei 2006 stelde de voorzieningenrechter vast dat verzoekster en haar partner een gezamenlijke huishouding voeren, waardoor zij geen aanspraak meer kan maken op de norm voor een alleenstaande ouder. Hoewel verzoekster betwist dat haar partner inkomsten heeft, is het feit van samenwonen voldoende grond voor beëindiging van de uitkering volgens de geldende normen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het motiveringsgebrek in het besluit via de bezwaarprocedure kan worden hersteld en dat het niet waarschijnlijk is dat het bezwaar zal leiden tot herziening van het besluit. Daarom is er geen reden om de uitvoering van het besluit op te schorten. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de beëindiging van de bijstandsuitkering wordt afgewezen.