ECLI:NL:RBHAA:2006:AX7109
Rechtbank Haarlem
- Kort geding
- A.J. van der Meer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot verlof voor onderhandse executieverkoop wegens gebrek aan belang
De naamloze vennootschap Fortis Bank N.V. verzocht de rechtbank Haarlem om verlof te verlenen voor de onderhandse executieverkoop van een onroerende zaak gelegen aan een adres, sectie H nummer 3037 A-2, aan een koper uit Castricum. De procedure kende meerdere zittingen, waarbij de behandeling op verzoek van de bank zesmaal werd aangehouden.
Tijdens de laatste zitting bleek dat de schuldenaar, de heer B., na de eerste zitting diverse betalingen had gedaan, waardoor de resterende vordering nog circa €5.300 bedroeg, voornamelijk kosten gerelateerd aan de executie. De schuldenaar maakte bezwaar tegen de verkoop aan de voorgestelde koper en gaf aan binnen een maand het openstaande bedrag te kunnen voldoen.
Gezien de getaxeerde executiewaarde van het registergoed is het aannemelijk dat bij een eventuele openbare verkoop het openstaande bedrag gedekt zou worden. De rechtbank oordeelde dat de bank geen belang had bij het gevraagde verlof en wees het verzoek af. Tevens merkte de voorzieningenrechter op dat het niet acceptabel is dat een verzoek tot executieverkoop met steeds weer aanhouden van de behandeling als incassomiddel wordt gebruikt, wat ook nadelig is voor de belangen van een onderhandse koper.
Uitkomst: Het verzoek tot verlof voor onderhandse executieverkoop wordt afgewezen wegens gebrek aan belang van de hypotheekhouder.