2.4. Op 11 januari 2005 heeft verweerder een boekenonderzoek verricht naar de aanvaardbaarheid van de aangiften IB/PVV 2002 tot en met 2003 en omzetbelasting over het tijdvak 1 januari 2002 tot en met 31 december 2003. In het met dagtekening 26 januari 2005 uitgebrachte controlerapport is, voor zover hier van belang, het volgende vermeld:
“Bedrijfsactiviteiten
De ondernemingsactiviteiten bestaan volgens de inschrijving bij de Kamer van Koophandel
(uit) het exploiteren van een klussenbedrijf, alsmede het verrichten van onderhoudswerkzaamheden. Dit is echter niet gelukt.
Belastingplichtige is in de jaren 2002 tot 2004 werkzaam geweest als zelfstandig afwasser
voor slechts 1 opdrachtgever.
Bij deze opdrachtgever was belastingplichtige in loondienst maar door het ontbreken van een
verblijfsvergunning was dit niet meer mogelijk, en is gekozen voor de oplossing om hetzelfde
werk nu op factuurbasis uit te voeren.
Tijdens het onderzoek waren bij de onderneming geen werknemers in dienst.
Administratie
Belastingplichtige verzorgt zelf de dagelijkse administratie. Deze bestaat alleen uit het
bewaren van de uitgeschreven facturen. Balansen en verlies- en winstrekeningen zijn niet
opgesteld.
(...)
Omzet
Bij belastingplichtige zijn alleen afschriften van de uitgereikte facturen aangetroffen. De aan
de hand hiervan te berekenen omzet is lager dan de omzet welke door belastingplichtige is
aangegeven voor de omzetbelasting. Deze aangifte is door belastingplichtige gedaan aan de
hand van de bij aangifte aanwezige bescheiden.
Aangezien belastingplichtige geen vastleggingen heeft bewaard nu ook voor de aangiften
inkomstenbelasting de voor de omzetbelasting aangegeven omzet aanhouden.
2002: € 26.332.
(...)
Uitgaven voor levensonderhoud van kinderen
(...)
Het betreft de zoon welke is geboren 00-00-0000.
(...)
Voor een eventuele aftrekmogelijkheid is vereist dat er voor dit kind minimaal € 1492,-- in de
kosten van het levensonderhoud wordt bijgedragen.
Aftrekbaar is dan een forfaitair bedrag van € 1596,--.
(...)
Vergrijpboete inkomstenbelasting
Over de correcties genoemd onder punt ben ik voornemens naast de aanslag een vergrijpboete ingevolge artikel 67d Algemene wet inzake rijksbelastingen en paragraaf 25 en 26 Besluit Bestuurlijke Boeten Belastingdienst 1998 op te leggen. De voorgenomen vergrijpboete bedraagt 50%. De grondslag van de boete is het bedrag van de aanslag (...); een en ander voor zover dat bedrag als gevolg van de opzet van de belastingplichtige niet zou zijn geheven. De feiten en omstandigheden op grond waarvan ik voornemens ben deze vergrijpboete op te leggen betreffen:
- in de aangiften 2002 en 2003 is geen aangifte gedaan van de inkomsten als zelfstandig afwasser
- in de aangiften 2002 is geen aangifte gedaan van de genoten looninkomsten
- in de aangiften 2002 en 2003 is de aftrek levensonderhoud verwanten niet juist berekend
- belastingplichtige heeft zich niet laten bijstaan door een adviseur, en heeft ook geen inlichtingen ingewonnen bij de belastingdienst.
Uit het verweer dat de belastingplichtige heeft gevoerd, blijkt dat hij wist dat er voor een te laag bedrag aangifte is gedaan. Er is daarom sprake van opzet.”