ECLI:NL:RBHAA:2006:AY3857
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- F.J.P. Veenhof
- Rechtspraak.nl
Afwijzing ontbinding beëindigingsovereenkomst wegens dwaling en misbruik van omstandigheden na langdurige ziekte
Werknemer trad in januari 2002 in dienst bij werkgever en was sinds september 2004 arbeidsongeschikt door psychische klachten. Op 8 oktober 2005 sloten partijen een beëindigingsovereenkomst. Werknemer vorderde ontbinding van deze overeenkomst wegens dwaling en subsidiair misbruik van omstandigheden, stellende dat hij onder druk was gezet en zijn wil niet goed kon bepalen door zijn psychische gesteldheid.
De kantonrechter oordeelde dat van dwaling geen sprake was omdat werknemer bekend was met de gevolgen van de beëindigingsovereenkomst, zoals blijkt uit een brief van mei 2005 en het overleg voorafgaand aan de ondertekening. Tevens was onvoldoende gebleken dat werkgever misbruik van omstandigheden had gemaakt, ondanks dat de ondertekening op een zondag plaatsvond, mede omdat er een week eerder overleg was geweest.
De vordering tot ontbinding werd daarom afgewezen en werknemer werd veroordeeld in de proceskosten. De uitspraak bevestigt dat een beëindigingsovereenkomst onder dergelijke omstandigheden standhoudt wanneer de werknemer voldoende geïnformeerd is en geen concreet bewijs van dwang of misbruik wordt geleverd.
Uitkomst: De vordering tot ontbinding van de beëindigingsovereenkomst wegens dwaling en misbruik van omstandigheden wordt afgewezen.