ECLI:NL:RBHAA:2006:AY4289
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A. Roelvink - Verhoeff
- Rechtspraak.nl
Navordering en boete wegens onjuiste toepassing stakingsaftrek in inkomstenbelasting 2001
Eiser, vennoot van een vennootschap onder firma, kreeg een navorderingsaanslag en boete opgelegd wegens toepassing van de stakingsaftrek in 2001 terwijl in 1999 al een stakingsvrijstelling was genoten. Verweerder stelde dat sprake was van opzet van eiser en diens adviseur, die onvoldoende onderzoek hadden gedaan naar eerdere stakingsvrijstellingen.
Eiser voerde aan dat geen nieuw feit was en dat zijn gemachtigde niet op de hoogte was van de eerdere stakingsvrijstelling, waardoor geen sprake kon zijn van kwade trouw. De rechtbank oordeelde dat verweerder bekend was of redelijkerwijs bekend had kunnen zijn met het feit dat de stakingsvrijstelling reeds was benut, zodat geen grond voor navordering op basis van een nieuw feit bestond.
Hoewel sprake was van grove schuld door onvoldoende informatieverstrekking en onderzoek, werd kwade trouw niet bewezen. De naheffingsaanslag en boetebeschikking werden vernietigd en verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten. Partijen kunnen hoger beroep of cassatie instellen.
Uitkomst: De navorderingsaanslag en boetebeschikking worden vernietigd wegens ontbreken van nieuw feit en kwade trouw.