ECLI:NL:RBHAA:2006:AY4421

Rechtbank Haarlem

Datum uitspraak
19 juli 2006
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
123224/HA ZA 06-493
Instantie
Rechtbank Haarlem
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 118 RvArt. 12a Rv oud
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering tot gedwongen tussenkomst van derde partij in civiele procedure

In deze civiele procedure vordert S. dat de rechtbank de vennootschap onder firma Ilper Houthandel V.O.F. en haar vennoten gedwongen tussen laat komen op grond van artikel 118 Rv Pro, om zich uit te laten over de rechtsbetrekking betreffende een erfdienstbaarheid of noodweg. De Manege "Twiske" V.O.F., de tegenpartij, verzet zich hiertegen en stelt dat het betrekken van de Houthandel niet noodzakelijk is voor de beoordeling van haar vorderingen, die vooral zien op aansprakelijkheid van een notaris.

De rechtbank overweegt dat uit de wetsgeschiedenis van artikel 118 Rv Pro volgt dat gedwongen tussenkomst alleen kan worden toegewezen indien meerdere partijen belangen hebben die gezamenlijk moeten worden beoordeeld. In deze zaak is dat niet het geval, omdat de beoordeling van de vorderingen van de Manege kan plaatsvinden zonder de Houthandel in de procedure te betrekken.

De rechtbank wijst daarom de vordering van S. af en veroordeelt hem in de kosten van het incident. De hoofdzaak zal worden voortgezet met een nieuwe rolzitting voor conclusie van antwoord. Dit vonnis is gewezen door mr. M. Flipse en op 19 juli 2006 in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot gedwongen tussenkomst af en veroordeelt S. in de kosten van het incident.

Uitspraak

vonnis
RECHTBANK HAARLEM
Sector civiel recht
zaaknummer / rolnummer: 123224 / HA ZA 06-493
Vonnis in incident van 19 juli 2006
in de zaak van
de vennootschap onder firma
MANEGE "TWISKE" V.O.F.,
gevestigd te Den Ilp, gemeente Landsmeer,
eiseres in de hoofdzaak,
verweerster in het incident,
procureur eerst mr. G. de Hoogd,
thans mr. M. Middeldorp,
tegen
Mr. J.P. S.,
kantoorhoudende te Purmerend,
gedaagde in de hoofdzaak,
eiser in het incident,
procureur mr. H.K. Garvelink.
Partijen zullen hierna Manege "Twiske" V.O.F. en S. genoemd worden.
1. De procedure
1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding
- de incidentele conclusie
- de conclusie van antwoord in het incident.
1.2. Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.
2. De beoordeling in het incident
2.1. S. vordert, op de in zijn incidentele conclusie vermelde gronden waarvan de inhoud als hier ingelast dient te worden beschouwd, dat de rechtbank de Manege beveelt binnen een door de rechtbank te bepalen termijn de vennootschap onder firma Ilper Houthandel V.O.F. en tevens zijn vennoten J.P. H. en B. van S. (hierna: de Houthandel) in de onderhavige procedure op te roepen op de voet van artikel 118 Rv Pro, om vervolgens hun in de gelegenheid te stellen zich uit te laten over de tussen de Houthandel enerzijds en de Manege anderzijds bestaande rechtsbetrekking aangaande de erfdienstbaarheid van weg, danwel aangaande het bestaan van een recht op noodweg.
Indien de Manege niet binnen de gestelde termijn tot oproeping overgaat, vraagt S. de rechtbank verlof om zelf de Houthandel in de onderhavige procedure op te roepen op de voet van art. 118 Rv Pro, met hetzelfde doel.
Aangezien de manege op voorhand verzuimd heeft de Houthandel in het geding te roepen hoewel zij hiertoe gehouden moet worden geacht, verzoekt S. de rechtbank voorts, uitvoerbaar bij voorraad, de Manege te veroordelen in de kosten van het incident.
2.2. De Manege concludeert primair tot afwijzing van de incidentele vordering met veroordeling van S. in de kosten van het incident dan wel subsidiair dat de rechtbank S. beveelt binnen een door de rechtbank te bepalen termijn de Houthandel in deze procedure op te roepen teneinde stelling in te nemen aangaande de status/omvang van de erfdienstbaarheid ten behoeve van de Manege thans perceel M 703 (heersend erf) en ten laste van thans de percelen thans M 1521, M 1520 en M 1497 (dienend erf de Houthandel) te Den Ilp, gemeente Landsmeer, met veroordeling van S. in de kosten van het incident.
2.3. De Manege voert daartoe onder meer aan dat zij door opvolgende fouten van de notaris in haar huidige situatie is beland en dat zij haar schade op de notaris wenst te verhalen. De Manege stelt dat teneinde de omvang van die aansprakelijkheid vast te stellen beoordeling van de status van de erfdienstbaarheid in kwestie noodzakelijk is. De Manege stelt dat deze beoordeling evenwel kan plaatsvinden zonder dat de Houthandel in de procedure wordt betrokken.
2.4. Uit de wetsgeschiedenis van art. 12a Rv oud, thans art. 118 Rv Pro, volgt dat het bij noodzakelijke cumulatie, zoals door S. gevorderd, dient te gaan om een zaak waarin meerdere partijen belangen hebben, waarover alleen maar tezamen kan worden beslist. Daarvan is in het onderhavige geschil echter geen sprake, nu voor een beoordeling van de door de Manege ingestelde vorderingen, het betrekken van de Houthandel in de onderhavige procedure niet noodzakelijk is. Het zonder noodzaak laten tussenkomen van een derde partij, zou een onaanvaardbare inbreuk betekenen op het beginsel dat partijen de aard en omvang van de rechtsstrijd bepalen. De rechtbank is dan ook van oordeel dat het verweer van de Manege slaagt en de incidentele vordering op grond van vorenstaande dient te worden afgewezen.
2.5. S.l zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van het incident.
3. De beslissing
De rechtbank
in het incident
3.1. wijst de vordering af,
3.2. veroordeelt S.l in de kosten van het incident tot op heden begroot aan de zijde van de Manege op € 452,-,
in de hoofdzaak
3.3. bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 30 augustus 2006 voor conclusie van antwoord.
Dit vonnis is gewezen door mr. M. Flipse en in het openbaar uitgesproken op 19 juli 2006.?