ECLI:NL:RBHAA:2006:AY4559
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- F.M. Visser
- Rechtspraak.nl
Vordering schadevergoeding wegens beschadiging voordeur na strafrechtelijke veroordeling
Op 21 januari 2002 heeft gedaagde tegen de voordeur van eiser getrapt, waarna hij strafrechtelijk is veroordeeld voor opzettelijke beschadiging van andermans eigendom. De schade aan de deur werd aanvankelijk begroot op € 2.825,59 en later op € 3.157,73 en € 3.368,-- door twee verschillende bedrijven. Gedaagde betaalde reeds € 500,-- aan eiser, conform strafrechtelijke uitspraak.
Eiser vordert betaling van het resterende bedrag van € 2.325,59 plus rente en buitengerechtelijke kosten. Gedaagde betwist de schade te hebben veroorzaakt en stelt dat de deur pas later door eiser zelf beschadigd zou zijn. De kantonrechter oordeelt dat het arrest van het Gerechtshof Amsterdam een bewijsvermoeden inhoudt dat gedaagde de schade heeft veroorzaakt, en dat de betwisting onvoldoende gemotiveerd is.
De rechter acht de offertes van beide bedrijven aannemelijk en wijst de vordering tot betaling van het resterende schadebedrag en rente toe. De gevorderde buitengerechtelijke kosten worden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. De tegenvordering van gedaagde tot terugbetaling van € 500,-- wordt afgewezen. Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van € 2.325,59 met rente en in de proceskosten.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van € 2.325,59 plus rente aan eiser en de tegenvordering wordt afgewezen.