ECLI:NL:RBHAA:2006:AY4892
Rechtbank Haarlem
- Voorlopige voorziening
- F.F.W. Brouwer
- Rechtspraak.nl
Schorsing handhavingsbesluit wegens onevenredige gevolgen voor bewoners
Verzoekers wonen sinds circa 1994 op een terrein waar zij materialen en caravans hebben opgeslagen zonder vergunning volgens artikel 2 Wbr Pro. Verweerder, de staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat, heeft op grond van artikel 7 Wbr Pro een handhavingsbesluit genomen om het terrein vóór 12 juli 2006 te ontruimen, met toepassing van bestuursdwang bij niet-naleving.
Verzoekers maakten bezwaar en vroegen om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter overwoog dat handhaving in beginsel verplicht is bij overtreding van wettelijke voorschriften, maar dat uitzonderingen mogelijk zijn bij onevenredige gevolgen. Gelet op het lange gebruik van het terrein door verzoekers en de korte termijn voor ontruiming, oordeelde de rechter dat de belangen van verzoekers zwaarder wegen dan het belang van verweerder bij onmiddellijke handhaving.
Daarom werd het handhavingsbesluit geschorst tot zes weken na de bekendmaking van de beslissing op het bezwaar. Tevens werd verweerder veroordeeld tot betaling van proceskosten en vergoeding van griffierecht. Deze uitspraak is gedaan op 12 juli 2006 door de voorzieningenrechter van de rechtbank Haarlem.
Uitkomst: Het handhavingsbesluit is geschorst tot zes weken na bezwaarbeslissing vanwege onevenredige gevolgen voor bewoners.