ECLI:NL:RBHAA:2006:AY5992
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.J. Roke
- Rechtspraak.nl
Eigen woningregeling bij bezit koopwoning en bewoning huurwoning in 2001
Eiser was in 2001 eigenaar van een koopwoning die begin 2001 werd opgeleverd, maar hij bewoonde toen nog een huurwoning die hij sinds 1995 huurde. De centrale vraag was welke woning als hoofdverblijf gold voor toepassing van de eigen woningregeling in de Wet inkomstenbelasting 2001.
De rechtbank stelt dat het begrip hoofdverblijf een juridisch begrip is dat aansluit bij de centrale levensplaats. Gezien de feitelijke omstandigheden, waaronder het langdurige huurcontract en het gebruik van het huuradres als correspondentieadres, was de huurwoning het hoofdverblijf in 2001. De koopwoning werd pas in juli 2004 daadwerkelijk bewoond.
Eiser voerde aan dat de koopwoning hem als hoofdverblijf ter beschikking stond en dat hij contractueel was beperkt in verkoop en verhuur, maar dit werd onvoldoende geacht om de koopwoning als eigen woning aan te merken. Ook werd geoordeeld dat de belastingdienst niet verplicht is om uit eigen beweging te informeren over de eigen woningregeling.
Verder werd het beroep ongegrond verklaard ten aanzien van de waardering van de koopwoning in box 3 en de heffingsrente, die volgens de rechtbank correct was berekend en opgelegd binnen de wettelijke termijnen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en sprak geen proceskostenveroordeling uit.
Uitkomst: De koopwoning werd niet als eigen woning aangemerkt in 2001; het beroep van eiser werd ongegrond verklaard.