ECLI:NL:RBHAA:2006:AY6193

Rechtbank Haarlem

Datum uitspraak
22 juni 2006
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
06-4375
Instantie
Rechtbank Haarlem
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • G. Guinau
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2.5 BouwbesluitArt. 14 lid 1 WoningwetArt. 2 lid 2 Woningwet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen bestuursdwang wegens slechte staat schilderwerk

De zaak betreft een verzoek om voorlopige voorziening tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Haarlem, waarbij de verzoeker werd gelast om de panden aan vier adressen te voorzien van deugdelijk schilderwerk. Dit besluit werd genomen op straffe van bestuursdwang.

De voorzieningenrechter stelde vast dat het schilderwerk van de panden in een erbarmelijke staat verkeerde, met name door het ontbreken van stopverf in de ramen waardoor het glas onvoldoende vastzat. Daarnaast was de kwaliteit van de aanwezige stopverf zeer slecht, waardoor bij regen vocht naar binnen sloeg. Deze feiten werden bevestigd door een klacht van een huurder bij de gemeente Haarlem.

Op grond van artikel 2.5, eerste lid, van het Bouwbesluit is een bouwwerk verplicht een bouwconstructie te hebben die voldoende bestand is tegen de daarop werkende krachten. De voorzieningenrechter achtte het voldoende aannemelijk dat dit voorschrift was overtreden en zag geen reden om het besluit tot bestuursdwang voorlopig te schorsen.

Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het besluit tot bestuursdwang is afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM
Sector bestuursrecht
zaaknummer: AWB 06/4375
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van 22 juni 2006
in de zaak van:
[verzoeker],
wonende te [woonplaats],
verzoeker,
tegen:
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Haarlem,
verweerder.
Tegenwoordig: mr. G. Guinau, voorzieningenrechter, en mr. J. Poggemeier, griffier.
Zitting: 22 juni 2006
Verschenen: Verzoeker is niet ter zitting verschenen. Verweerder heeft zich ter zitting laten vertegenwoordigen door mr. M.S.M. Vringer en A. Staats, beiden werkzaam bij de gemeente Haarlem.
Het geschil betreft een verzoek om een voorlopige voorziening hangende het bezwaar gericht tegen het besluit van verweerder van 11 mei 2006, waarbij verzoeker op straffe van bestuurs-dwang is gelast om de panden aan de [vier adressen] te voorzien van deugdelijk schilderwerk, zoals nader gespecificeerd in de vier dwang-somaanschrijvingen van 6 december 2005.
Bij mondelinge uitspraak van 22 juni 2006 heeft de voorzieningenrechter het verzoek afgewezen.
De voorzieningenrechter heeft daartoe - zakelijk weergegeven - het volgende overwogen.
In artikel 14, eerste lid, Woningwet (Ww) is - voor zover relevant - bepaald, dat indien een woning wegens strijd met de in artikel 2, tweede lid, bedoelde voorschriften voorzieningen behoeft, burgemeester en wethouders degene, die als eigenaar of uit anderen hoofde tot het treffen van die voorzieningen bevoegd is, aanschrijven binnen een door hen te bepalen termijn de door hen aan te geven voorzieningen te treffen.
In artikel 2, tweede lid, Ww is bepaald dat bij of krachtens de in het eerste lid bedoelde algemene maatregel van bestuur uit het oogpunt van veiligheid, gezondheid en bruikbaarheid voorschriften worden gegeven omtrent de staat van bestaande woningen.
Deze voorschriften omtrent de staat van bestaande woningen zijn neergelegd in het Bouwbesluit 2003 (hierna: het Bouwbesluit). Artikel 2.5, eerste lid, Bouwbesluit bepaalt dat een bestaand bouwwerk een bouwconstructie heeft, dat voldoende bestand is tegen de daarop werkende krachten.
Uit de ter zitting overgelegde op 22 juni 2006 genomen foto's en de daarop gegeven toelichting door verweerders gemachtigden, blijkt dat het schilderwerk van voornoemde panden zich in een erbarmelijke staat bevindt, dat op veel plekken in de ramen stopverf ontbreekt waardoor het glas niet meer voldoende vastzit en dat de kwaliteit van de wel aanwezige stopverf zeer te wensen overlaat. Voorts is aangegeven, dat bij regen vocht naar binnen slaat, hetgeen wordt bevestigd door de door één van de huurders bij de gemeente Haarlem gedeponeerde klacht, naar aanleiding waarvan dit handhavingstraject is opgestart.
Gegeven het vorengaande is genoegzaam aannemelijk geworden dat artikel 2.5, eerste lid, Bouwbesluit is overtreden en is er geen reden voor het voorlopig oordeel dat verweerder ten onrechte heeft besloten bestuursdwang toe te passen. De voorzieningenrechter wijst het verzoek derhalve af.
Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal,
(griffier) (voorzieningenrechter)
afschrift verzonden op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.