ECLI:NL:RBHAA:2006:AY6198
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing primair beroep op verkrijgende verjaring wegens gebrek aan goede trouw bij bezit gemeentelijke groenstrook
M. woont sinds 1998 aan een woning grenzend aan een groenstrook die eigendom is van de gemeente. Na bouw van de woning is de groenstrook ingeplant en onderhouden door bewoners, in lijn met gemeentelijk beleid. M. heeft een deel van de groenstrook bij zijn tuin getrokken en stelt eigenaar te zijn geworden door verkrijgende verjaring.
De gemeente vordert ontruiming en betwist het eigendom. De rechtbank oordeelt dat het primaire beroep op verkrijgende verjaring na tien jaar bezit te goeder trouw faalt, omdat uit de openbare registers blijkt dat de gemeente eigenaar is, waardoor goede trouw ontbreekt. Het subsidiaire beroep op verjaring na twintig jaar bezit kan slagen indien M. kan bewijzen dat hij het deel van de groenstrook al vóór 1 december 1985 voor zichzelf heeft gehouden en dat dit bezit onafgebroken is voortgeduurd.
De rechtbank wijst de stuiting van de verjaring door eerdere sommaties af wegens het ontbreken van een daad van rechtsvervolging binnen zes maanden. De verjaring kan pas zijn gestuit met de dagvaarding van 1 december 2005. M. krijgt de gelegenheid bewijs te leveren, onder meer door getuigen, en de procedure wordt aangehouden voor verdere beslissing.
De rechtbank oordeelt voorts dat het gemeentelijk beleid om verkoop van openbaar groen te beperken sinds 2001 rechtmatig en consequent is uitgevoerd, zonder strijd met redelijkheid en billijkheid of rechtsverwerking. De gemeente mag haar eigendomsrechten handhaven. De primaire vordering van M. wordt afgewezen, de subsidiaire vordering wordt aangehouden voor bewijslevering.
Uitkomst: Het primaire beroep op verkrijgende verjaring wordt afgewezen wegens gebrek aan goede trouw; bewijslevering voor subsidiaire verjaring wordt toegestaan.