ECLI:NL:RBHAA:2006:AY6215
Rechtbank Haarlem
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen beëindiging ROA-verstrekkingen
Verzoeker, een asielzoeker die meerdere negatieve verblijfsprocedures heeft doorlopen, verzocht om een voorlopige voorziening tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Zaanstad om zijn verstrekkingen op grond van de Regeling Opvang Asielzoekers (ROA) per 1 juli 2006 te beëindigen en hem te verplichten de ROA-woning te verlaten.
De voorzieningenrechter stelt vast dat verzoeker onvoldoende stappen heeft ondernomen om terugkeer naar het land van herkomst mogelijk te maken, zoals vastgesteld in een terugkeergesprek in juni 2003. Hoewel verzoeker aanvoert dat hij niet in de gelegenheid is gesteld zijn zienswijze te geven, kan dit gebrek bij de beslissing op bezwaar worden hersteld.
Verder is gebleken dat de rechtbank 's-Gravenhage het beroep van verzoeker in de 14-1 procedure ongegrond heeft verklaard en verzoeken om voorlopige voorzieningen tegen uitzetting heeft afgewezen. Hierdoor is verzoeker rechtmatig verwijderbaar en strafbaar om in Nederland te verblijven.
Gelet op deze feiten en de wettelijke bepalingen acht de voorzieningenrechter het bestreden besluit naar voorlopig oordeel rechtmatig en wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af. Er worden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening tegen beëindiging ROA-verstrekkingen wordt afgewezen.