ECLI:NL:RBHAA:2006:AY7049
Rechtbank Haarlem
- Voorlopige voorziening
- A.C.M. Rutten
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bij buiten behandeling stellen bijstandsaanvraag
Verzoeker heeft op 29 mei 2006 bijstand aangevraagd. Verweerder heeft de aanvraag op 2 augustus 2006 buiten behandeling gesteld omdat de verstrekte gegevens onvoldoende waren om het recht op bijstand vast te stellen, met name vanwege onduidelijkheid over de verblijfplaats van verzoeker.
Verzoeker maakte bezwaar en vroeg om een voorlopige voorziening. Tijdens de zitting op 15 augustus 2006 werd vastgesteld dat verzoeker weliswaar informatie had verstrekt over zijn verblijfplaats, maar dat deze onduidelijk en tegenstrijdig was. Verweerder baseerde het besluit op artikel 4:5 Awb Pro, dat het bestuursorgaan toestaat een aanvraag niet te behandelen als onvoldoende gegevens zijn verstrekt.
De voorzieningenrechter overwoog dat het besluit om de aanvraag buiten behandeling te stellen waarschijnlijk geen stand zal houden in een inhoudelijke beroepsprocedure, omdat verzoeker wel informatie had gegeven. Echter, de inhoudelijke beoordeling van het recht op bijstand kan nog leiden tot afwijzing vanwege de onduidelijkheid over de verblijfplaats. Daarom was het niet aannemelijk dat het verzoek om een voorlopige voorziening zou slagen.
Het verzoek werd afgewezen en er werden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de afwijzing van de bijstandsaanvraag op inhoudelijke gronden waarschijnlijk stand zal houden.