ECLI:NL:RBHAA:2006:AY8010
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Boeteoplegging wegens tewerkstelling Poolse vreemdelingen zonder vergunning
De zaak betreft een bestuurlijke boete opgelegd aan eiser wegens het tewerkstellen van twaalf Poolse vreemdelingen zonder de vereiste tewerkstellingsvergunning. Na een controle op 26 januari 2005 in het pand van eiser werden deze overtredingen vastgesteld. Verweerder legde een boete van €48.000 op, gebaseerd op het boetenormbedrag van €4000 per overtreding.
Eiser voerde aan dat hij niet moedwillig handelde en dat hij geen aanwijzingen had dat zijn aannemer illegale arbeid verrichtte. Ook stelde hij dat de mondelinge overeenkomst en contante betalingen gebruikelijk waren in de aannemerswereld. Verweerder stelde dat deze omstandigheden juist aanleiding gaven tot het vermoeden van illegale arbeid.
De rechtbank oordeelde dat het boetenormbedrag niet onevenredig is gezien het doel van de wet om illegale tewerkstelling te bestrijden en de negatieve gevolgen daarvan. De overtreding is eiser toe te rekenen, ook zonder opzet. Er zijn geen bijzondere omstandigheden die matiging van de boete rechtvaardigen. De grieven van eiser werden verworpen en het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de boete wegens tewerkstelling van twaalf Poolse vreemdelingen zonder vergunning wordt ongegrond verklaard.